In 1698 verscheen in de Oprechte Haerlemse Courant een opmerkelijke oproep. Er was een bedrag van ƒ600 beschikbaar uit een legaat, maar de erfgenamen konden de vrouw voor wie het bestemd was niet vinden. De oproep werd meerdere keren in de krant geplaatst.

In de advertentie wordt gesproken over Jacomijntje Berckmans, woonachtig in ’s-Gravenhage. Zij had ongeveer 25 jaar eerder ƒ600 kapitaal gelegateerd aan een “sekere Susanna van der Lee”, die op dat moment in Delft woonde. Aan het legaat was de voorwaarde verbonden dat Susanna het geld pas na het overlijden van haar wettige echtgenoot mocht aanvaarden.
Die echtgenoot was Evert Harmensz. van der With, aangeduid als burger in ’s-Gravenhage. Inmiddels was hij overleden en lag het geld klaar. Volgens de advertentie hadden zijn erfgenamen bovendien moeite gedaan om de rechtmatige gelegateerde op te sporen, maar zonder resultaat.
Daarom werden de “ware geïnteresseerden” opgeroepen zich binnen zes weken te melden bij Adriaen van Rhijn, koopman, in Den Haag, bij het stadhuis aan de Markt. Zij moesten met bewijs kunnen aantonen dat zij zelf de rechtmatige gerechtigde waren.
Het verhaal zelf staat vast: in 1698 werd daadwerkelijk gezocht naar de rechtmatige gerechtigde van het legaat. Maar wie waren deze mensen? Wie waren Jacomijntje Berckmans, Evert Harmensz. van der With, de “sekere Susanna van der Lee” en Adriaen van Rhijn, koopman? En onder welke naam of schrijfwijze zijn zij in andere bronnen terug te vinden?
Tot op heden hebben wij nog geen aanknopingspunt gevonden dat ons verder helpt. Elke tip die kan leiden naar een van deze personen is daarom van harte welkom.
4-10-2026: attestatie of verklaring 07-jul-1658: Evert Hermansz van der Wit uit de akte van 1658 is een zeer serieuze kandidaat voor de Evert Harmensz. van der With uit de advertentie van 1698.