Op 2 maart 1994 vonden in Nederland de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Ook in het Limburgse stadje Thorn werd gestemd voor een nieuwe gemeenteraad.

Kort na de verkiezingen deed burgemeester Arie Pieter van der Lee aangifte van de diefstal van vijf stemkaarten. Enkele dagen later moest wethouder Bert Zegers zich bij de politie melden op verdenking van het ronselen van stemmen. In Thorn wonen circa 2.700 inwoners.
Enkele bewoners van verzorgingstehuis Sterrebosch zijn door de politie ondervraagd. Volgens de burgemeester zou Zegers daar vijf volmachten van bewoners hebben geronseld. Op 13 maart 1994 moest hij zich voor de kantonrechter verantwoorden. Tijdens het onderzoek liet de burgemeester 293 machtigingskaarten controleren; daarbij werden geen onregelmatigheden vastgesteld. De burgemeester stelde dat het ronselen de uitslag in Thorn niet heeft beïnvloed.
Zegers kreeg een boete van ƒ3.000 en ging hiertegen in hoger beroep. Het Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch handhaafde de veroordeling wegens overtreding van de Kieswet. In hoger beroep werd de straf wel enigszins aangepast: de onvoorwaardelijke geldboete werd verlaagd naar ƒ2.500, aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken.