Op 26 november 1924 verscheen in de Westlandsche Courant een ingezonden brief van Simon van der Lee. Hij reageerde hiermee op de voorgestelde gemeentebegroting van Maasland voor 1925, specifiek op een opmerking van de Commissie van Onderzoek over ‘post 49’: een bedrag van 10 gulden (f 10,-) aan huur voor de aanplakborden aan zijn pakhuis.
Simon deed de gemeente in deze brief een concreet tegenbod: als de commissie wilde bezuinigen, was hij bereid die 10 gulden huur te blijven betalen, maar dan in ruil voor het gebruik van een gedeelte van het Raadhuisplein. Hij legde uit dat hij dit plein overdag al gebruikte voor zijn kisten en kruiwagen om de nauwe straat voor zijn pakhuis vrij te houden voor het verkeer. Daarnaast vroeg hij zich openlijk af of een bezuiniging van een tientje op zo’n post wel noodzakelijk was.
In De Westlander van 1 januari 1925 (nr. 992) verscheen een beknopt verslag van een op 19 december 1924 te Maasland gehouden vergadering. Tussen de gebruikelijke punten en formaliteiten door komt de voorzitter onder andere terug op de eerder aangehouden opmerkingen van de begrotingscommissie. Hij deelt mee: “De toestand betreffende de aanplakborden aan het pakhuis van S. van der Lee blijft voorlopig zoals hij is.”

Hier S. van der Lee, in de ingezonden brief Simon van der Lee.
Vraag is wie deze Simon van der Lee was. Meer informatie is meer dan welkom.