Frederica Mathilda Constantia Emilia van der Lee, geboren op 29 september 1844 in Amsterdam, overleed ongehuwd op 4 maart 1891 in Westervoort, op 46-jarige leeftijd. Ze werd drie dagen later op 7 maart op de Rooms-katholieken begraafplaats in Westervoort begraven. Het bidprentje behoort tot een van de oudste in de collectie en vertelt, zij het verhuld, een bijzonder persoonlijk verhaal.

Op het bidprentje laat zij een cryptische boodschap na:
“Dierbare oom en tante, ik beminde u gelijk een moeder haar enig kind bemint… Heb dank voor al uwe liefdevolle zorgen, vooral in de jaren mijner ziekte.”
Tevens lezen we dat zij zich -toen nog woonachtig in Amsterdam- vanaf haar 19e tot het Rooms-Katholieke geloof heeft bekeerd.
Frederica haar ouders, Wouterus Franciscus Wesselsz van der Lee en Henrietta Johanna Georgina Carolina Standt (Staudt), waren respectievelijk in oktober 1883 en december 1872 overleden. Daarmee werd Frederica op 28-jarige leeftijd wees van haar moeder en op 39-jarige leeftijd wees van haar vader.
Frederica verhuisde en verbleef in haar laatste levensjaren, mogelijk na het overlijden van haar vader, bij haar oom en tante in Westervoort. Zij woonde in de in 1848 gebouwde villa “Huize Schoonoord”, gelegen op een landgoed van circa 70 aren.
In het bevolkingsregister van Westervoort (1890–1900) wordt zij vermeld als inwonende nicht bij haar tante André Emilie Frederica Dorothea Standt (Staudt) en haar oom Ludovicus Franciscus Theodorus Henricus Johannes baron van Lamsweerde. Binnen dit familieverband werd zij tijdens haar ziekte liefdevol verzorgd.