Cornelis Willemsz. van der Lee was in de jaren 1650 als koopman en korenkoper actief in Rotterdam. In 1656 trad hij ook op als voogd over de kinderen van de overleden Rotterdamse brouwer Johan Blom.
Blom had kort voor zijn overlijden Adriaen Vroesen, oud-schepen van Rotterdam, en Cornelis Willemsz. van der Lee tot voogden benoemd. Op 14 oktober 1656 werd deze benoeming vastgelegd in het Rotterdamse Voogdenboek. De kinderen waren uit Bloms huwelijk met Barbara Evertsdr., die eveneens was overleden.
Op 19 januari 1658 waren Cornelis, Elisabeth de Wolff, weduwe van Johan Blom, en Adriaen Vroesen betrokken bij een geschil over brouwerij De Kleine Vos. De brouwers die de brouwerij huurden, hadden bezwaren over onder meer de huur en het geleverde graan. Om een rechtszaak te voorkomen, legden zij het geschil voor aan arbiters.
Cornelis Willemsz. van der Lee was dus niet alleen actief als koopman en korenkoper, maar trad ook op als voogd voor de kinderen van Johan Blom.