Maria Verlee eist alimentatie voor haar kind.

De oorsprong van de familienaam Van der Lee is wisselend. We kennen een aantal variaties (bijvoorbeeld Op de Lee of Verlee ). In dit atrikel beschrijven we een verhaal over Maria Cornelisse Verlee. Nageslacht van haar familieleden nemen in het midden van de 18e eeuw de naam van der Lee aan.In 1720 was Maria Cornelisse Verlee klaarblijkelijk dik bevriend met Antonie van Wijk, dusdanig dat ze in verwachting raakt, want Antonie had beloofd met haar te trouwen, zo ging dat in die tijd. Het huwelijk kan echter nog niet direkt plaats vinden, maar Antonie laat al vast bij een notaris vast leggen dat hij de vader van het kind is. De moeder van Antonie, de weduwe Van Wijk, vindt het echter maar niks. Ze ziet kans haar zoon naar Rotterdam te sturen, dan is hij maar uit de buurt.

Maria Cornelia Verlee
Erkenning van het vaderschap door Anton van wijk (1720)

Echter in Rotterdam wordt de jongen ziek en overlijdt daar. Ondertussen is het kind geboren en Maria zit met de gebakken peren en de kosten van onderhoud. 9 jaar later krijgt ze het toch wel wat moeilijk om het financieel rond te krijgen en ziet ze uit naar een mogelijkheid om daar inkomsten wat te verbeteren. En ze gaat de mogelijkheid van alimentatie onderzoeken. Want omdat het kind in feite erkend is door Antonie, zou Antonie alimentatie hebben moeten betalen.

Na het overlijden van Antonie heeft zijn moeder ook zijn rechten en plichten geerfd, en is zij nu aanspreekbaar voor die alimentatie.  Maria klopt dus bij de weduwe van Wijk aan voor alimentatie, echter zonder resultaat. Dus stapt ze naar de rechter, en die geeft haar uiteindelijk gelijk. En zo krijgt ze alimentatie tot het kind 18 jaar is.

Het is in de rechtbank verslagen als volgt vastgelegd:

In de marge: Maria Cornelisz Verlee jonge dogter woonende op Scheerdijck Eijsrse in cas van defloratie contra Jannigje van Beusichem Wed. van Willem van Wijck za. als moeder en Erffgenaeme van za(liger) Antonij Willemsz van Wijck woonachtigh alhier ged(aagde). in ’t voorsz(eide) cas Geexhibeert bij den procr. Jongbloet, in judicie den 14 Novemb. 1729 absent schepen Bollee.

Hij seijde dat de Eijscherse was een eerbare jonge Dogter staende ter goeder naem en faem, en op welkers gedragh noijt met Recht iets te seggen was geweest. Sulcx sigh niemand hadde moeten onderstaen omme in pro?judicie van haer eer het minste te attenteeren, Dat het egter was gebeurt dat Anthonij Willemsz van Wijk de Soon van de ged(aagde). in desen, sigh hadde weeten te insinueeren in haere gunste, Haer met schoone woorden en dierbare beloften soo verre brengende en seduceerende. Dat sij met hem gehad heeft Vleeschelijke Conversatie, en van hem geïmpraegneert is geworden met Kinde.

Bron: Peter van der Lee

Tagged with:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *