Voor de Krijgsraad: Gerrit Johannes Pieter van der Lee

Hier volgt een selectie uit “Het Register der Resolutiën van het Hoog Militair Gerechtshof”, met maar een criterium: de achternaam. Naast de uitspraken van de krijgsraad geven de documenten een aardig inzicht met wie we te maken hebben. Een persoonsbeschrijving geeft een beeld hoe mensen er toen ongeveer uitzagen, maar ook hun doen en laten komt soms pijnlijk duidelijk naar boven.

Gerrit Johannes Pieter van der Lee, zoon van Simon van der Lee en Elizabeth Wilhelmina Dijkman. Hij wordt op 29 augustus 1877 in Delfshaven geboren en woont gedurende zijn leven in Rotterdam. De persoonsbeschrijving leert ons dat hij 1 meter 60 lang is, een ovaal aangezicht had met een hoog voorhoofd, grijzen ogen, smalle neus, normale mond met een ronde kin, blond haar en met blonde wenkbrauwen. Een bijzonder detail is de tatoeage had op zijn rechterhand: “Op de rechterhand getatoeëerd VDL en een anker”. Op 17 jarige leeftijd, om exact te zijn op 30 maart 1894, treedt hij in dienst als marinier 3e klasse voor een periode van acht jaar. Hij ontvangt daarvoor 80 gulden handgeld. Als positief aandachtspunt staat er in zijn stamboek dat hij vanaf 7 februari 1897 tot 10 januari 1900 verblijft in Oost Indie. Wie weet is het wel zo positief omdat hij dan een tijdje het land uit is?

Gerrit Johannes Pieter van der Lee is nog maar net 3 maanden werkzaam bij het Korps Mariniers of hij krijgt op 27 juli 1894 acht dagen kwartierarrest wegens het “Onderling knoeien met plunjes”. Je zou verwachten dat deze straf hem zou beïnvloeden. Beïnvloed werd hij zeker, want op 6 augustus krijgt hij 14 dagen kwartierarrest wegens dronkenschap “Onder den invloed van sterke drank zingende op den openbare weg door de hoofdwacht in arrest genomen.” Blijkbaar is de straf te mild en maakt het kwartierarrest weinig indruk. Op 27 juli 1895 belandt hij in de politiekamer (cel). “’s Avonds onder den invloed van sterke drank [en] ongeregeldheden gepleegd en te water gesprongen en wanneer de politie hem wegens zijn woest gedrag wil arresteren [heeft hij] zich tegen die arrestatie met geweld verzet”

Dit zijn slechts 3 veroordelingen van de in totaal 6 veroordelingen in de eerste twee jaar. De discipline was ver te zoeken. Hij komt soms met zijn oude versleten plunje op de zondagsinspectie, vaak met een roestig geweer. (januari 1896). Het is eigenlijk een wonder dat hij sowieso nog met een plunje aankomt: regelmatig wordt hij betrapt op het verkopen van plunje. Op 18 oktober 1895 loopt hij wederom tegen de lamp: “Plunjes verkocht en op telegram door de politie te Nieuwe Sluis gearresteerd”. Te laat komen en zijn wapen niet poetsen zijn bijna elke maand wel reden om hem een of twee dagen strafdienst te geven en hem op half soldij te zetten.

Ook tijdens zijn verblijf in Oost-Indie laat Gerrits Johannes Pieter van der Lee zich niet kennen en maakt zijn reputatie waar. De strafmaatregelen stapelen zich op. “Een gegeven sein op de trom niet opgevolgd…” (11 november 1898) met als gevolg 4 dagen strafdienst. “In beschonken toestand en half naakt op den openbaren weg aangetroffen en op verzoek van een onder-officier door een patrouille in arrest genomen.” (16 november 1899). Zijn discipline blijft een probleem, maar hij weet het redelijk onder controle te houden zonder echt zwaar in de problemen te komen. Net terug in Nederland gaat het echter weer fout. Op 14 mei 1900 is het raak “’s Avonds beschonken in de kazerne gekomen.” Ditmaal krijgt hij een zware straf om zijn kater eens goed uit te slapen: 14 dagen politiekamer (cel). Het zou niet bijdragen aan een daadwerkelijke oplossing. Op 4 juni 1901 krijgt hij een maand kwartierarrest wegens “dronkenschap op den publieken weg door de politie in arrest genomen.” en binnen een half jaar sluit het dosier met “Zich aan den drank te buien gegaan en des nachts om 1 uur 51 onder den invloed van sterke drank binnen gekomen.” In totaal zou hij 51 keer een strafmaatregel opgelegd krijgen, goed voor 238 strafdagen over een periode van 8 jaar.

Tot slot een voorval waar Gerrit Johannes Pieter wederom dronken is een daarmee flink in de problemen komt. Op 4 februari 1902 moet hij voorkomen bij de krijgsraad. Dit na een serieus voorval dat heeft plaatsgevonden in Amsterdam. Getuigen en een van de mariniers vertellen het volgende verhaal:
Getuigen 1: “Al wandelend door de stad zag ik twee beschonken mariniers op de Kadijksplein staan die duidelijk ruzie hadden met een burger. Het moet rond een uur of 12 s’ nachts zijn geweest. Ik gaf hen vriendelijk de raad om maar naar huis te gaan om zo een uit de hand lopende ruzie te voorkomen. Een van de mariniers trok toen zijn zakmes en riep “het gaat je niks aan!” Voor ik er erg in had opende hij zijn zakmes en stak daarmee moedwillig in mijn linkerzij. Ik vluchtte weg, maar de marinier kwam toen achter mij aan. Ik ben toen naar een politiepost gegaan en in
het gasthuis hebben ze mijn wond verpleegd.”
Getuigen 2: “Die avond was ik op stap van herberg naar herberg. Ik was op een gegeven moment zo beschonken dat ik niet meer weet hoe, en hoe laat ik naar de kazerne gekomen ben. Verder weet ik van heel de avond niks meer.”
Getuigen 3: “Ik had die nacht van 12 tot 2 uur dienst. Hij was zo dronken toen hij aan kwam lopen dat hij heel de breedte van de straat nodig had. Later kwam de beklaagde (Van der Lee) aan de poort, ook hij was dronken en werd door een burger teruggebracht.
Getuigen 4: “Om halftwee kwamen twee politieagenten bij de wacht en melde dat eerder die avond een burger (getuigen 1) verwond was geraakt door een van de twee mariniers die een rode streep op de mouw droeg. We zijn naar de ‘kribbe’ gegaan van de twee mariniers die laat binnen waren gekomen. Echter deze waren niet wakker te krijgen. In hun broekzakken zochten we naar hun model-messen. Op geen van de messen troffen we bloed aan.
Ditmaal kwam Gerrit Johannes Pieter van der Lee er goed vanaf, de rechter vind het bewijs niet voldoende en spreekt de mariniers vrij.

Tagged with:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *