Voor de Krijgsraad: Cornelis van der Lee

Wellicht is het een eenzijdig beeld dat we creëren omdat de gebeurtenissen enkel tekenend waren voor een korte periode van in zijn leven. Het is dan ook niet de bedoeling om Cornelis van der Lee in een slecht daglicht te stellen, wel om een stukje geschiedenis van hun leven in kaart te brengen.

Cornelis van der Lee, zoon van Jan van der Lee en Jansje Tonie Bakhuizen, zoon van een politieambtenaar en rijksveldwachter staat ditmaal centraal. Hij was het jongste kind uit een gezin waar 15 kinderen werden geboren. Cornelis werd geboren op 12 december 1892 in Amerongen in de provincie Utrecht. Uit zijn dossier blijkt dat hij 1 meter 70 lang was en verder geen bijzondere uiterlijk kenmerken had.

Cornelis diende vanaf zijn 19de jaar bij het 1e regiment Huzaren. Hij trad daar in dienst op 17 juni 1911. Hij ontving een bonus van 35 gulden per dienst jaar. Zijn eerste verjaardag was al een direct een ramp “Stalwacht zijnde, zich geruime tijd op de kamer opgehouden en liggend op het bed van een ander Huzar”. Zijn straf was flink te noemen, zes dagen kwartierarrest. Op 21 februari 1912 kreeg hij wederom 6 dagen kwartierarres, ditmaal wegens “het op de kamer afschieten van twee gevonden patronen”. Kort daarna kwam hij in de geld problemen. Hij leende geld van een burger en vertelde hem dat hij nog geld terug zou ontvangen van de wachtmeester omdat hij voor hem had gewerkt. In werkelijkheid had hij nooit voor de wachtmeester gewerkt en deed een loze belofte aan de burger hem terug te betalen. (31-09-1912).

Op 3 oktober 1912 vertrekt hij ‘vrijwillig’ naar het 1e depot Huzaren. Waar hij samen met Geradus Antonius Franciscus Bloem een streek uit haalt en dat brengt hem voor de krijgsraad. In de Gemeente Bloemendaal op 17 mei 1913 in de voormiddag om 11 uur reden Cornelis en Geradus te paard door de duinen over een stuk grond zonder toestemming van de eigenaar. De eigenaar had borden met “verboden toegang” opgehangen bij alle toegangsplaatsen. Echter beweren Cornelis en Gerardus dat ze geen enkel bord hebben gezien en dat de veldwachter (Jan Bakker) hun geen enkele waarschuwing heeft gegeven. De veldwachter vertelt dat dat de eigenaar ze heeft zien rijden een bij aanhouding gaf Gerardus de naam Johanes Bloem op. Cornelis en Gerardus worden schuldig bevonden. “Zonder daartoe gerechtigd te zijn over een anders grond waarvoor de toegang op een voor hen blijkbare wijze door den rechthebbende is verboden rijden”. De straf die hen werd opgelegd was het betalen van een geldboete van één gulden. Indien het bedrag niet binnen twee maanden is betaalt zal de straf omgezet worden naar een vervangende hechtenis, te weten een dag.

Tagged with:

2 thoughts on “Voor de Krijgsraad: Cornelis van der Lee”

Laat een reactie achter op Angelique Kreulen Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *