Schip gezonken, deel van de bemanning verdronken.

Het vergaan van de Urker kotter “Johanna” U.K.204 , waarbij de vijf opvarenden, waaronder Jan van der Lee zijn omgekomen was aanleiding om een gedenksteen te maken en in Urk te plaatsen.  Op deze gedenksteen zijn de namen van de omgekomenen vermeld.

Monument ter ere van o.a. Jan van der Lee
Monument ter ere van o.a. Jan van der Lee

Na onderzoek is het mogelijk wat meer van de achtergronden te vertellen op basis van de verschenen krantenberichten in het “Urker weekblad” en “Het Urkerland”. De eigenaar van de U.K.204 “Johanna”, Cornelis de Boer, had met zijn twee zoons Meindert en Jan Willem en Sjouke Vink en Jan van der Lee de hele week gevist op de Noordzee. Met een goede vangst van ca 1500 kilo liepen zij op zaterdag 12 april 1969 bij de sluizen van Kornwerderzand binnen. De schipper belde met zijn vrouw dat ze omstreeks vier uur thuis konden zijn. Zij voeren weg samen met de U.K.166 richting Urk.

Er stond een zware storm, die het moeilijk maakte om boven Stavoren te komen. De U.K.166 kreeg te maken met veel stortzeeën, maar ze hadden beide geen moeite om tegen de storm op te tornen. Om ongeveer 15.00 uur heeft de havenmeester van Stavoren de beide schepen met een kwartier tussentijd nog gezien. Omstreeks vier uur was er sprake van een windhoos in dat deel van het IJsselmeer. De U.K.166 heeft van het achterblijven van de “Johanna” niets gemerkt, door het slechte zicht als gevolg van hevige regenbuien. Wel heeft zij geprobeerd op de visserijgolf contact te maken. Toen er geen contact kon worden gemaakt heeft men vanuit Urk meteen geprobeerd te achterhalen wat de reden zou kunnen zijn, maar niets kon oplossing bieden. De eerste gedachten waren dat men aan boord met een storing te kampen had.

Toen de U.K.166 de haven was binnengelopen en de “Johanna” uitbleef werd met speurwerk begonnen. De U.K. 142 en vele andere kotters voeren uit evenals politieboten uit Enkhuizen en Lelystad. Pogingen om de U.K.204 op de radar te krijgen mislukten. Toen omstreeks 01.00 uur in de nacht nog geen resultaat was geboekt zijn een aantal auto’s vertrokken over de Lemmerdijk. Op 2 km van Urk werd duidelijk dat zich een ramp had voltrokken. Op de glooiing van de dijk vond men het reddingsvlot van de U.K.204. Ook verderop langs de dijk werden herkenbare delen van de kotter gevonden.

Rekening houdend met de windrichting kon nu het zoeken op het water worden beperkt tot een kleiner gebied. Om 07.00 uur zondagmorgen werd de kotter gevonden. Het schip lag op zijn zij op een diepte van ca 6 m. Direct werden pogingen ondernomen om stoffelijke resten van de opvarenden te bergen. De omgeving werd afgevist, zonder resultaat. Berging van lichamen uit het schip was onmogelijk als gevolg van de slechte weersomstandigheden.

Hulp werd, mede op verzoek van de predikanten op Urk, door velen geboden. Besloten werd om het schip door een bergingsmaatschappij te laten bergen. Harde NW wind maakte het lichten vooreerst onmogelijk. De donderdag aanwezige bok moest onverrichter zake terug naar de haven. Pas op zaterdag kon met de berging worden begonnen. Twee bokken voeren uit om op 11 km buiten Urk bij de “Johanna” aan te komen. Berging van een op de zij liggend schip met veel tuigage is een moeilijke zaak, zeker als er sprake is van een zachte bodem terwijl er veel zand en slib was afgezet. Eerst op zondag kwam het schip vrij van de bodem en kon het naar ondiep water worden gesleept waarna met rechtzetten en leegpompen kon worden begonnen.

Twee lichamen waren nog in het schip aanwezig. Jan van der Lee werd in het logies aangetroffen en Meindert de Boer in de kombuis. Bij het vissen op de plaats waar de U.K. 204 was gezonken werd het lichaam van de schipper geborgen. De lichamen van de gevonden opvarenden werden opgebaard in het bijgebouw van de Jachin-Boazkerk. Zij werden maandag na een rouwdienst waarin ds. Van Leeuwen en ds. Du Marchie van Voorthuyzen voorgingen ter aarde besteld. Vele sprekers waaronder de burgemeester van Urk toonden hun betrokkenheid. Een lange, lange stoet begeleidde de drie doden naar hun laatste rustplaats. De families van de slachtoffers hebben op uitgebreide wijze aan allen die hebben geholpen en die hen hebben bijgestaan hun dank betuigd.

Over de juiste oorzaak van het treurig ongeval tast men in het duister. Het schip had een deskundige ervaren bemanning en het was, volgens deskundigen, zeewaardig en voldeed aan de nieuwe stabiliteitseisen. Het schip van ca 80 ton was gebouwd in 1958; het had een lengte van circa 25 m en een breedte van circa 5,8 m

Tagged with:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *