Watersnoodramp 1880 in Nieuwkuijk.

Tot eind 1880 hadden de diverse families in Nieuwkuijk, waaronder ook een aantal Van der Lee’s een normaal leven. Het noodlot sloeg toe, er kwam een zondvloed, een geweldige overstroming. Het water stond in het najaar van 1880 al verschillende keren erg hoog. In andere plaatsen langs de Maas, zoals Luik, Maastricht en Venlo, was het ook al verontrustend. De situatie in Nieuwkuijk werd goed verondersteld.

Nieuwkuijk_1880
Nieuwkuijk - Lambertus van der Lee

Echter op 27 december zag een bewoner van de Heidijk welwater opborrelen. De volgende dag was het niet verbeterd, boeren reden karren met o.a. mest en zand naar de dijk en de dijkgraaf werd gewaarschuwd. De dijkgraaf kwam met een waterstaatsingenieur die zei dat er niets aan de hand is. De boeren waren er nog steeds niet op gerust en gingen door met de dijk versterken. ’s Nachts verergerde de situatie en werden de opzichters weer gewaarschuwd. Deze deskundigen zeiden opnieuw dat er geen gevaar is en deelden de boeren mee te stoppen.
30 December zakte de Heidijk over een lengte van 150 meter in, waarop omwonenden vluchtten naar elders. Heel Nieuwkuijk stroomde over. De inwoners gingen op zolder zitten terwijl de dieren verdrinken. Vlijmenaren en marechaussees kwamen met bootjes om de Nieuwkuijkenaren te evacueren. De gevolgen waren groot. Er overleden drie mensen direct door de watersnood, terwijl vele zwakkere mensen ziek werden en later stierven. Begin januari kwamen militairen om tenten op te zetten voor de ontheemden, want de verwoestingen waren groot.

41 Huizen spoelden totaal weg, 68 huizen waren beschadigd en slechts 125 huizen waren ongedeerd. In het gebied ten noorden van de langstraat was geen enkel gebouw onbeschadigd. Naast de overstroming kwam er nog eens bij dat het hard vroor en er nog enkele dagen voedsel tekort was. Het duurde nog erg lang voordat Nieuwkuijk de ramp te boven was. 5 September 1881 werd dat officieel gevierd. Tot die tijd stonden de kranten, vooral De Echo van het Zuiden, vol met berichtgeving over deze ramp. De vraag rees natuurlijk waardoor de ramp veroorzaakt was. De belangrijkste was waarschijnlijk dat in 1880 sloten waren aangelegd die doorliepen tot in de dijk. De dijk werd daardoor als het ware ondermijnd. Ook de rol van het dijkbestuur was discutabel, daar werden zelfs nog vragen over gesteld in de 2e kamer.

Er werd een kaart gemaakt waarop duidelijk te zien was waar de dijkdoorbraak plaats heeft gevonden. Het bijzondere van deze kaart is dat er twee portretten op staan. Een van deze portretten is een afbeelding van Bert (Lambertus) van der Lee. Hij werd geboren op 6 november 1819 in Nieuwkuijk en huwde met Johanna Fitters. Hij woonde met vijf kinderen in Nieuwkuijk. Volgens de kaart huist hij met zijn kinderen in een uitgegraven holte op den Konijnenberg. De konijnenberg was lang het toevluchtsoord voor mensen en hun vee. Op 22 december 1891, 11 jaar na de watersnoodramp overleed hij.

Tagged with:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *