Willemijntje van der Lee.

Willemijntje van der Lee werd  omstreeks 1635 geboren. Op 11 oktober 1658 trad zij in het huwelijk met Mees Meeszn Hoogwerff in de gemeente ’s-Gravenzande. Mees was toen 23 jaar oud. Uit dit huwelijk werden voor zover bekend 5 kinderen geboren: Barber in Rotterdam, Neeltje, Adriaantje en Simon in De Lier en Dirk.

Over de eerste huwelijksjaren is niet veel bekend. Omstreeks het jaar 1678 begon het leven van het echtpaar zich af te spelen in (de de directe omgeving van) Delfshaven. Mees Meeszn Hoogwerf was op veel terreinen actief, soms met veel en ook wel met minder succes. Dat Willemijntje (zelf) geld had blijkt wel uit het gegeven dat zij meerdere malen borg stond voor haar echtgenoot toen hij de pachten en imposten (belasting op verbruiksgoederen) huurde.

Uit een verklaring die Mees Meeszn aflegt in 1680 kan de conclusie worden getrokken dat hij op enigerlei wijze betrokken was bij de voorgenomen bouw van de Heertjesmolen in het Westeinde van ’s-Gravenhage. In zijn aanwezigheid had Cornelis Hoogwerff, timmerman uit Delft een afspraak gemaakt over de levering van hout en arbeid voor de bouw van deze molen. Kennelijk werd de afspraak niet naar behoren nagekomen. In ditzelfde jaar maken Willemijntje en Mees Meeszn een testament op ten gunste van de langst levende. In 1681 koop Mees Meeszn de korenmolen met huis, schuur en andere toebehoren in Delfshaven voor een bedrag van 5500,- gulden. Deze molen stond op de plaats van de huidige molen op de kop van de dam tussen de oude – en de nieuwe haven.

Delfshaven Schoonderloo
Delfshaven Schoonderloo

In 1683 legt Mees Meeszn op verzoek van de hoofdofficier te Delft een verklaring af over een voorval waarbij o.a. zijn zoon Dirk Meesse was betrokken. Op de avond van 29 maart 1683 werd om 7.00 uur ’s-avonds de wagen waarin zijn zoon Dirk met anderen reed op de weg van Schiedam naar Delfshaven ingehaald door een wagen waarop Jan Anderman met zijn confraters zich bevonden. Dit alles liep uit op een ongeval en een vechtpartij van zodanige aard dat de hoofdofficier in Delft zich ermee moest bemoeien. Willemijntje zal er zeker niet blij mee zijn geweest.

Mees Meeszn had zo hier en daar schulden, bijvoorbeeld aan Pieter Gillisz van der Meer uit Schoonderloo, weer anderen waren hem geld schuldig. Ook in die tijd waren er wel zaken die het daglicht niet konden verdragen. Zo werd bij het afwegen van een zak tarrwe gefraudeerd. Mees Meeszn legt hierover een verklaring af te laste van de fraudeur.

Mees Meeszn had ook een huis en erf aan de oostzijde van de Schielantsen Hogendijck tegenover de grote Middelstraat. In 1685 verkocht hij deze woning aan Nicolaes Lesuer voor 800 gulden evenals een erf tuin en loods onder Schoonderloo voor 300 gulden. Hier was echter iets niet pluis want na verloop van enige tijd bleek dat op dit huis en de tuin een beslag was gelegd door de Staten van Holland, reden waarom Lasuer niet betaalde. Onder de voorwaarde dat het beslag zou worden opgeheven heeft hij toch betaald. Anders geld terug. Hierbij werden opmerkelijk genoeg de predikant in De Lier Johannes van der Sluijs en zijn vrouw als borg gemeld. Hiermee is echter de zaak niet klaar want eind 1687 eist Nicolaes Lesuer dat binnen 3 x 24 uur de betaalde sommen van 800 en 300 gulden worden terugbetaald, waarop Mees Meeszn verklaart morgen naar hem toe te gaan. Intussen kocht Mees Meeszn een huis en erf aan de oostzijde van de Nieuwe haven voor 600 gulden, die hij vermoedelijk geleend heeft van Nicolaes Swanhil. Terugbetaling zal geschieden op voorwaarde dat dit twee maanden tevoren wordt bekend gemaakt. Ook hier is de predikant uit De Lier borg evenals o.a. een familielid Leendert Claeszn Rodenburgh. Een broer van Willemijntje, Symon Dircksz van der Lee was nl. getrouwd met Maertge Claesdr Rodenburgh. Leendert was haar broer.

Gezien de hoeveelheid transacties zou een makelaar in die tijd goede zaken hebben kunnen doen met Mees Meeszn. In 1687 verkoopt hij een tuin en tuinhuisje onder Schoonderloo aan Aelbregt Coel. Aan het eind van 1687 koop Mees Meeszn van Van Kimmenaer een loods aan de oostzijde van de Oude Haven in Delfshaven, belast met een rente van de stad Delft en de kerk van Delft voor 877 gulden. In 1692 verkoopt Mees Meeszn de helft van een windmolen en rosmolen aan de Ketelpoort voor een bedrag van 2600 gulden.

Mees Meeszn stelt zich in 1696 borg voor de levering van tarwe en rogge. En hij belooft het bedrag te betalen op 1 mei 1696. Mees Meeszn komt niet lang daarna te overlijden. In januari 1698 veilt en verkoopt Willemijntje een huis en erf met achterschuur aan de oostzijde van de Oude Haven voor 610 gulden. In 1706 verklaart Willemijntje op verzoek van haar dochter Adriaentje dat de echtgenoot van haar dochter dat hij goederen voor een koopman heeft vervoerd en dat deze de vracht niet ineens wilde betalen, maar af en toe een deel. Willemijntje en de anderen verklaren dat de echtgenoot een ducaton van de koopman had gekregen, waarop zijn moeder zei dat hij het geld aan haar had gegeven. Verder verklaren zij dat de echtgenoot van Adriaentje liegt om het geld en haar heeft mishandeld en bedreigd. Op 21 april 1712 is Willemijntje in het huis van haar dochter Adriaentje in Schoonderloo overleden. Op basis van haar testament d.d. 3 november 1707 wordt de boedel beschreven en verdeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *