Pastoor Van der Lee.

Joannes van der Lee werd geboren te ‘s-Hertogenbosch op 23 september 1825. Zijn vader droeg dezelfde voornaam, zijn moeder heette Joanna Mommersteeg. Op 22 september 1843 kwam hij aan op het groot-seminarie te Haaren. Dit nieuwe seminarie was pas vier jaren in gebruik. Voorheen was het gevestigd op het landgoed Nieuw-Herlaar bij Sint-Michielsgestel. Joannes werd op 24 september 1849 tot priester gewijd in de parochiekerk te Sint-Michielsgestel.Kort daarop volgde zijn aanstelling tot kapelaan in de parochie ’t Heike te Tilburg, waar hij kapelaan Joannes van Mierlo opvolgde. Het studentenregister van Haaren geeft evenwel als officiële datum van benoeming 3 januari 1850. Van der Lee begon zijn kerkelijke loopbaan nog onder pastoor Joannes Zwijsen, die hoewel in 1842 tot bisschop gewijd, als pastoor aanbleef tot 1 mei 1854. Zwijsen zou een diepe indruk op hem nalaten. In zijn opvattingen over zedelijkheid, zijn houding tegenover kermis, vermaak en carnaval en in zijn bevordering van de volksdevotie bleek hij een trouwe volger van Zwijsen.
Joannes van der Lee werd geboren te ‘s-Hertogenbosch op 23 september 1825. Zijn vader droeg dezelfde voornaam, zijn moeder heette Joanna Mommersteeg. Op 22 september 1843 kwam hij aan op het groot-seminarie te Haaren.
Pastoor Johannes van der Lee
Dit nieuwe seminarie was pas vier jaren in gebruik. Voorheen was het gevestigd op het landgoed Nieuw-Herlaar bij Sint-Michielsgestel. Joannes van der Lee werd op 24 september 1849 tot priester gewijd in de parochiekerk te Sint-Michielsgestel.
Kort daarop volgde zijn aanstelling tot kapelaan in de parochie ’t Heike te Tilburg, waar hij kapelaan Joannes van Mierlo opvolgde. Het studentenregister van Haaren geeft evenwel als officiële datum van benoeming 3 januari 1850. Van der Lee begon zijn kerkelijke loopbaan nog onder pastoor Joannes Zwijsen, die hoewel in 1842 tot bisschop gewijd, als pastoor aanbleef tot 1 mei 1854. Zwijsen zou een diepe indruk op hem nalaten. In zijn opvattingen over zedelijkheid, zijn houding tegenover kermis, vermaak en carnaval en in zijn bevordering van de volksdevotie bleek hij een trouwe volger van Zwijsen.
Met de oprichting in 1853 van het Genootschap van de H. Familie in de parochie ’t Heike begint de kroniek die Joannes van der Lee, aangesteld tot directeur, aanlegde. In de loop van de jaren zestig neemt de frequentie van de berichtgeving af, om vanaf 1 januari 1866 te worden vervangen door ingeplakte krantenberichten, over voornamelijk kerkelijke en godsdienstige aangelegenheden, soms van summiere aantekeningen voorzien. Krantenberichten verzamelde Van der Lee overigens al langer; hij heeft twee volle plakboeken nagelaten. De “Annalen van de H. Familie” lopen door tot eind 1874. Daarnaast legde hij nog een ander dagboek aan, dat de jaren bestrijkt van 1869 tot en met 1890. Het opent met een uitvoerig verslag van de komst en het verblijf op de parochie ’t Heike van Johann Bernard Brinkmann, bisschop van Münster (Duitsland), die vluchtte voor de kerkvervolging, de Kulturkampf, van rijkskanselier Otto von Bismarck. Over het wedervaren van deze bisschop-in-ballingschap tijdens diens verblijf in Tilburg en andere plaatsen verscheen in 1928 een publicatie, uitgegeven ten bate van het Missiestudiefonds “Petrus Donders” te Tilburg. Na dit verslag beslaat het dagboek grotendeels de afsplitsing van de parochie Heuvel en de bouw van de nieuwe kerk.
Van der Lee bleek een nauwgezet administrator. Hij hield ook het leden- en overlijdensregister van de H. Familie bij en legde ook een prekenboek aan, waarin per onderwerp stof voor predikaties was opgetekend, helaas zonder nadere aanduiding van de bron. Wellicht putte ook hij uit de in 1833 verschenen driedelige prekenbundel Gemeenzame preken op al de Zondagen van het jaar, samengesteld door de norbertijn Joannes Beugels. Deze prekenbundel, goedgekeurd en opgedragen aan apostolisch vicaris H. den Dubbelden, fungeerde voor vele zielzorgers als een bron van inspiratie.
De kroniek laat zich ook lezen als een soort boekhouding van ‘goede’ en ‘slechte’ parochianen. Het betrof hier vooral de leden uit de betere stand, van wie hij het goede voorbeeld verwachtte, maar die voor hem tevens de meest lastig te bewerken groep vormden. Bij stichtende bijeenkomsten tekende hij de namen op van de aanwezige leden uit deze stand, zodat hij precies wist wie verstek hadden laten gaan. Nauwgezet was hij ook in de vermelding van hun giften bij gelegenheid van bijzondere collectes en andere inzamelingsacties. Zij die ongewenst gedrag vertoonden, werden met naam en toenaam vermeld. Later evenwel heeft hij deze namen onleesbaar doorgehaald. Deze boekhoudkundige registratie van ‘goeden en slechten’ toont aan hoezeer beheersmatige motieven in het devotionaliserings- en moraliseringsoffensief een rol speelden en het succes niet vanzelfsprekend door de gelding van het geestelijk gezag verzekerd was.
Van der Lee hield in zijn kroniek niet alleen de vorderingen bij van het devotionaliserings- of beschavingsoffensief. Hij tekende ook andere gebeurtenissen op, die soms veelzeggend zijn over de leef- en werkomstandigheden in Tilburg.
Deze tekst is geschreven door T. Thelen en is eerder gepubliceerd in het blad “Tilburgse Historische Reeks”

Joannes van der Lee werd geboren te ‘s-Hertogenbosch op 23 september 1825. Zijn vader droeg dezelfde voornaam, zijn moeder heette Joanna Mommersteeg. Op 22 september 1843 kwam hij aan op het groot-seminarie te Haaren. Dit nieuwe seminarie was pas vier jaren in gebruik. Voorheen was het gevestigd op het landgoed Nieuw-Herlaar bij Sint-Michielsgestel.Joannes werd op 24 september 1849 tot priester gewijd in de parochiekerk te Sint-Michielsgestel.Kort daarop volgde zijn aanstelling tot kapelaan in de parochie ’t Heike te Tilburg, waar hij kapelaan Joannes van Mierlo opvolgde. Het studentenregister van Haaren geeft evenwel als officiële datum van benoeming 3 januari 1850. Van der Lee begon zijn kerkelijke loopbaan nog onder pastoor Joannes Zwijsen, die hoewel in 1842 tot bisschop gewijd, als pastoor aanbleef tot 1 mei 1854. Zwijsen zou een diepe indruk op hem nalaten. In zijn opvattingen over zedelijkheid, zijn houding tegenover kermis, vermaak en carnaval en in zijn bevordering van de volksdevotie bleek hij een trouwe volger van Zwijsen.

Pastoor Johannes van der Lee
Pastoor Johannes van der Lee

Met de oprichting in 1853 van het Genootschap van de H. Familie in de parochie ’t Heike begint de kroniek die Joannes van der Lee, aangesteld tot directeur, aanlegde. In de loop van de jaren zestig neemt de frequentie van de berichtgeving af, om vanaf 1 januari 1866 te worden vervangen door ingeplakte krantenberichten, over voornamelijk kerkelijke en godsdienstige aangelegenheden, soms van summiere aantekeningen voorzien. Krantenberichten verzamelde Van der Lee overigens al langer; hij heeft twee volle plakboeken nagelaten. De “Annalen van de H. Familie” lopen door tot eind 1874. Daarnaast legde hij nog een ander dagboek aan, dat de jaren bestrijkt van 1869 tot en met 1890. Het opent met een uitvoerig verslag van de komst en het verblijf op de parochie ’t Heike van Johann Bernard Brinkmann, bisschop van Münster (Duitsland), die vluchtte voor de kerkvervolging, de Kulturkampf, van rijkskanselier Otto von Bismarck. Over het wedervaren van deze bisschop-in-ballingschap tijdens diens verblijf in Tilburg en andere plaatsen verscheen in 1928 een publicatie, uitgegeven ten bate van het Missiestudiefonds “Petrus Donders” te Tilburg. Na dit verslag beslaat het dagboek grotendeels de afsplitsing van de parochie Heuvel en de bouw van de nieuwe kerk.

Van der Lee bleek een nauwgezet administrator. Hij hield ook het leden- en overlijdensregister van de H. Familie bij en legde ook een prekenboek aan, waarin per onderwerp stof voor predikaties was opgetekend, helaas zonder nadere aanduiding van de bron. Wellicht putte ook hij uit de in 1833 verschenen driedelige prekenbundel Gemeenzame preken op al de Zondagen van het jaar, samengesteld door de norbertijn Joannes Beugels. Deze prekenbundel, goedgekeurd en opgedragen aan apostolisch vicaris H. den Dubbelden, fungeerde voor vele zielzorgers als een bron van inspiratie.

Dagboek van Johannes van der Lee
Dagboek van Johannes van der Lee

De kroniek laat zich ook lezen als een soort boekhouding van ‘goede’ en ‘slechte’ parochianen. Het betrof hier vooral de leden uit de betere stand, van wie hij het goede voorbeeld verwachtte, maar die voor hem tevens de meest lastig te bewerken groep vormden. Bij stichtende bijeenkomsten tekende hij de namen op van de aanwezige leden uit deze stand, zodat hij precies wist wie verstek hadden laten gaan. Nauwgezet was hij ook in de vermelding van hun giften bij gelegenheid van bijzondere collectes en andere inzamelingsacties. Zij die ongewenst gedrag vertoonden, werden met naam en toenaam vermeld. Later evenwel heeft hij deze namen onleesbaar doorgehaald. Deze boekhoudkundige registratie van ‘goeden en slechten’ toont aan hoezeer beheersmatige motieven in het devotionaliserings- en moraliseringsoffensief een rol speelden en het succes niet vanzelfsprekend door de gelding van het geestelijk gezag verzekerd was.

Van der Lee hield in zijn kroniek niet alleen de vorderingen bij van het devotionaliserings- of beschavingsoffensief. Hij tekende ook andere gebeurtenissen op, die soms veelzeggend zijn over de leef- en werkomstandigheden in Tilburg.

Deze tekst is geschreven door T. Thelen en is eerder gepubliceerd in het blad “Tilburgse Historische Reeks”

Tagged with:

2 thoughts on “Pastoor Van der Lee.”

Laat een reactie achter op Jos. L'Ortye Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *