De geschiedenis van de NVD.

Het bekende beveiligingsbedrijf Nederlandse Veiligheidsdienst werd in 1911 opgericht door M.H. van der Lee en is maar liefst 88 jaar in de familie gebleven. Het bedrijf leeft nu voort in Trigion, marktleider in Nederland in beveiliging. Rond 1995 heeft het personeelsblad van de NVD de geschiedenis van het bedrijf opgetekend aan de hand van interviews met toenmalig president-directeur E.M.H. van der Lee en zijn zakenpartner Cor Clement. De vier interviews zijn hier samengebracht in één verhaal.

Nu alles in het teken staat van de oorlog en vooral de bevrijding, leek het observeer wel aardig eens te kijken naar de geschiedenis van de Nederlandse Veiligheidsdienst Groep, of in ieder geval de voorloper ervan. Helaas zijn er nauwelijks bronnen beschikbaar. De enige echte bron die er is, kennen we allemaal, onze president-directeur E.M.H. van der Lee, als was hij in 1945 pas 15 jaar. Maar hij kent nog wel de verhalen van zijn vader en grootvader, de oprichter van het bedrijf.

De oorsprong van de Nederlandse Veiligheidsdienst Groep ligt in 1911. In dat jaar richtte M.H. Van der Lee de Tweede ’s Gravenhaagsche Nachtveiligheidsdienst op. De zoon van M.H. Van der Lee, en dat was E. Van der Leek, moet rond 1918 in het bedrijf zijn gekomen. Rond 1920 pleegde het bedrijf zijn eerste overname: de Eerste Wassenaarse Nachtveiligheidsdienst werd ingelijfd. De naam werd daarna gewijzigd in de Eerste Gecombineerde Nachtveiligheidsdienst (G.N.V.D.). Het bedrijf deed niets anders dan wijkbewaking. Al snel waren er zo’n vijftig man in Den Haag en zo’n vijftien man in Wassenaar die op fietsen ieder een wijk controleerden. President-directeur E.M.H. van der Lee: ‘Het had weinig met beveiliging te maken. Het was zeker ook een statussymbool. Met dat emaille plaatje op de deur liet je ook zien dat je je het kon permitteren. Opvallend is dat het vooral particulieren waren die beveiliging inhuurden, heel anders dan nu. Die rijke Hagenezen en Wassenaarders moesten in de jaren dertig 75 cent per maand betalen voor een abonnement. En daarvoor werd twee keer per nacht hun huis gecontroleerd.’

Voor mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt is het bijna niet voor te stellen, maar in de eerste oorlogsjaren ging het leven, zo goed en kwaad als het ging, gewoon zijn gangetje. Ook de wijkbewaking ging gewoon door, al moesten de beveiligers een ontheffing krijgen van de bezetter: er was immers een avondklok ingesteld.

Het begon pas mis te gaan met de bouw van de Atlantik-wal, een verdedigingslinie langs de kust van Frankrijk, België en Nederland. Die Atlantik-wal liep dwars door Den Haag. Alles wat daarvoor lag, een groot deel van Den Haag en heel Scheveningen, was Sperrgebiet en werd volledig ontruimd. De stad werd gehalveerd en dus ook de G.N.V.D., want al die klanten waren weg. Daarna ging het helemaal mis. De hongerwinter kwam, mensen werden opgeroepen voor de Arbeidseinsatz in Duitsland. Zeker ook al die gezonde jonge mannen van de G.N.V.D. Van der Lee; ‘Er waren geen klanten meer en er was ook geen bedrijf meer. Mijn vader was bevriend met ene meneer Carels van de firma Hus Carels, de grootste broodbakker van Den Haag. Daar kon hij iedere dag, zonder bon, een pond brood kopen. Ik meen dat dat per brood 280 gulden kostte. Zo kwam het gezin de hongerwinter door en werd letterlijk het bedrijf opgegeten.

Gecombineerde Nachtveiligheidsdienst

Gecombineerde Nachtveiligheidsdienst

Het was natuurlijk niet zo dat er meteen op 5 mei, de officiële bevrijdingsdag, weer een beveiligingsbedrijf stond. Sterker nog: het is min of meer toevallig dat het bedrijf werd voortgezet. In de loop van ’45 kwamen de beveiligers die naar Duitsland hadden gemoeten, weer terug. En ze kwamen natuurlij naar hun oude baas, om te vragen of er weer werk was. Toen er ook meer en meer klanten terugkwamen, besloot E. Van der Lee een paar mensen in te huren om te kijken of die vroegere klanten weer geïnteresseerd waren in een abonnement op wijkbewaking. Heel voorzichtig is het bedrijf zo weer op poten gezet, maar het duurde jaren voor het weer een behoorlijke omvang had: pas in 1950 telde het bedrijf zo’n 100 medewerkers.

In 1953 werd de huidige president-directeur mede-firmant in het bedrijf. In 1955 nam hij de leiding over. Hij haalde grof de bezem door de activiteiten. De wijkbewaking per fiets was achterhaald, vond hij HBij schafte vier Volkswagen-Kevers aan. De klanten kregen een forse prijsverhoging voor de kiezen: kostte wijkbewaking per fiets toen nog 2,75 gulden, vanaf het moment dat er met auto’s werd gereden, ging het tarief naar 25 gulden in de maand.

Van der Lee: ‘Er bleef nauwelijks een klant over, maar dat wist ik van te voren. Ik wilde dat werk niet meer. Zo’n hele nacht op de fiets, al die tuinen door, dat was mensonwaardig. Ik voelde me ook sterk genoeg om dat te doen, omdat ik de eerste opdrachten had binnengehaald voor vaste post-medewerkers. Het klantenbestand verschoof: van particulieren naar bedrijven. Ik zeg er ook eerlijk bij: met die vier wagens verdiende ik meer dan met vijftig man op de fiets, want de administratie en de incasso van al die kleine bedragen was iedere maand weer een hels karwei.’

In 1955, E.M.H. Van der Lee was nog maar net directeur, stootte het bedrijf echt door. Een ambtenaar van het Stoomwezen had in een oude mijnwet uit de Napoleonistische tijd (1814) ontdekt dat er bij elke minerale boring 24 uur per dag menselijke bewaking moest zijn. Het werd de grote doorbraak voor de Eerste Gecombineerde. De NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij, moest opeens voor elk voorterrein beveiligers inhuren. De G.N. V. D. Kreeg de klus. Het medewerkersaantal verdubbelde van de ene dag op de andere van 150 naar 300 man. Het bedrijf, dat tot dan toe door de wet gebonden was aan de stad, werd ook in één keer landelijk opererend. De naam werd al snel veranderd in de Eerste Gecombineerde Nederlandse Veiligheidsdienst. Die naam klinkt al een stuk vertrouwder. Het werd de basis voor wat nu de Nederlandse Veiligheidsdienst Groep is.

Dit jaar (2011) bestaat de Nederlandse Veiligheidsdienst Groep 85 jaar. Hoewel dat geen officieel jubileum is, willen we toch de gelegenheid aangrijpen om de historie van de Groep te schetsen. De geschiedenis van de Groep ligt namelijk nergens vast, we moeten het hebben van de verhalen van de heren Van der Lee sr. en Clement sr. De heer Van der Lee leidt het bedrijf inmiddels wat meer vanaf de zijlijn, de heer Clement vertrekt aan het eind van dit jaar. Voor het te laat is grijpen we dus onze kans. In dit deel schetsen we de geschiedenis.

In 1955 wordt de NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij, klant. Een bedrijf dat in talloze plaatsen in Nederland naar olie en gas aan het boren was. De Eerste Gecombineerde moest landelijk gaan werken, maar dat ging niet zonder slag of stoot: dat mocht namelijk niet volgens de oude Wet op de Weerkorpsen. Na veel onderhandelen kwam er een tussenoplossing. Het bedrijf mocht de landelijke opdracht uitvoeren, maar moest overal werken met de plaatselijke nachtveiligheidsdienst, in onderaanneming. Pas na tussenkomst van de Raad van State in 1958 kreeg de Eerste Gecombineerde een vergunning om zelf landelijk te werken. De heer Van der Lee: ‘We werkten in dorpen waarvan ik niet eens wist dat ze in Nederland lagen. Ik denk dat we toch wel tot 1963 bezig zijn geweest om de organisatie zo uit te bouwen dat we de NAM overal van mensen konden voorzien.’

Veel van de nieuwe medewerkers waren van origine boer. ‘Ideale beveiligers: gedisciplineerd en gewend om vroeg op te staan. Het waren meest mensen met grote gezinnen, die kwamen graag bij ons in dienst. Als kleine zelfstandige kregen ze in die tijd geen kinderbijslag, wel als ze in dienstbetrekking kwamen. Bij ons werken was dus extra aantrekkelijk voor ze.’

Rond 1960 gingen er stemmen op in het parlement om die oude mijnwet te veranderen. Van der Lee: ‘Daar schrok ik verschrikkelijk van. Ik dacht: nu zijn we landelijk, dan moeten we ook landelijk blijven. Op dat moment heb ik mezelf goeddeels vrijgemaakt voor het werven van nieuwe klanten. De eerste die ik binnen haalde was het Silenka – overigens een bedrijf dat nog steeds klant is.’ Het aantal opdrachten nam snel toe. ‘Dat ging toen allemaal een stuk makkelijker.’

In 1963 werkten er naar schatting zo’n 600 mensen bij de Eerste Gecombineerde, voornamelijk vaste post-medewerkers, maar ook natuurlijk nog de mobiele surveillanten waar het ooit mee begonnen was. Het bedrijf werd opgedeeld in drie divisies: Zuid (hoofdkantoor: Eindhoven), Oost (Coevorden) en West (Den Haag).

In die tijd zette de Eerste Gecombineerde als eerste beveiligingsbedrijf cursussen op voor de beveiligingsbeambten. Vakopleidingen bestonden nog niet en waren ook niet verplicht. Sterker nog: in bijvoorbeeld de Rotterdamse haven werden beveiligers vaak gewoon geronseld, net als losarbeiders. Ze kregen een pet op en waren voor één nacht bewaker.

De eerste cursus van de Eerste Gecombineerde werd geschreven door een van de inspecteurs, Lambert Lumeij Schult. ‘We vonden dat nodig. Er was een steeds grotere behoefte aan een goede discipline en vakkennis. Dat merkte je ook bij de klanten.’ De cursussen werden in eigen huis door eigen mensen gegeven. ‘We wilden een voortrekkersrol daarin spelen. Het vak moest vervolmaakt worden en een betere uitstraling krijgen.’ Vanuit die gedachte werd in 1965 ook het gehele cursuspakket plus de bijbehorende kennis geheel gratis overgedragen aan de LOI. Het beveiligingsbedrijf verbond er maar één voorwaarde aan: de LOI moest in elke uiting de NVD als beveiliger laten figureren. Daar heeft de LOI zich goed aan gehouden: anno 1996 gebeurt dat namelijk nog steeds.

Met de cursussen werd ook het rangenstelsel ingevoerd. De rang was afhankelijk van het aantal diploma’s. En zoals dat hoort kreeg elke rang een bijbehorende salariëring.

De NVD was op menig gebied een voorloper. Het eerste bedrijf dat landelijk mocht gaan werken, het eerste bedrijf dat de medewerkers cursussen liet volgen, en: het eerste bedrijf dat de werkweek aanzienlijk inkortte. Al kwam dat laatste vooral omdat de NAM dat eiste.

In de jaren vijftig was het normaal dat er 72 uur per week werd gewerkt: zes dagen, 12 uur per dag. De NAM wilde dat niet. In het contract met de NAM werd al in 1955 vastgelegd dat de werkweek niet meer dan 56 uur mocht tellen. Van der Lee: ‘Een volstrekt unicum. Ik moest ook een open calculatie maken, de NAM wilde tot op de cent precies weten hoe ik tot mijn berekeningen kwam. Dat was wel even wennen voor mij als ondernemer. Dat was toen volstrekt nog niet gebruikelijk.’

In 1958 stelde de NAM een nieuwe eis: de werkweek mocht nog maar 42 uur tellen, zo kon er met vier man precies een volcontinudienst gedraaid worden. Van der Lee moest opnieuw offreren. ‘Maar om die mensen niet in salaris erop achteruit te laten gaan, moest de prijs dus enorm omhoog.’ De vakbonden waren mordicus tegen, ze waren bang dat de hele beveiligingsbranche zou instorten. Toch werd het systeem doorgevoerd. Eerst alleen voor de beveiligers die voor de NAM werkten, later bij de gehele Eerste Gecombineerde. Rond 1965 gold voor iedere werknemer van het bedrijf een 42-urige werkweek.

In 1963 was de metamorfose van het bedrijf nagenoeg voltooid. Van een kleine, lokale beveiliger die vooral werkte voor particulieren, was het een landelijk bedrijf geworden dat het met name moest hebben van bedrijven. De arbeidsvoorwaarden waren aanzienlijk verbeterd, door toedoen van de Eerste Gecombineerde begon het vak zelfs aanzien te krijgen.

De divisies functioneerden goed en hadden niet meer het dagelijks toezicht nodig van de heer Van der Lee. Zo kreeg de directeur tijd voor een oriënterende reis door België, Frankrijk en Duitsland. Hij kwam in contact met het Berlijnse beveiligingsbedrijf DSW, Deutsche Schutz- und Wachdienst, geleid door Hans-Joachim Oppermann. ‘We konden het goed met elkaar vinden en besloten al snel samen iets op te zetten.’ In oktober 1963 werd, samen met nog een partner, een gezamenlijke GmbH opgericht in Frankfurt, ook onder de naam DSW. Het hoofdkantoor werd gevestigd in een klein keldertje. ‘Frankfurt was een gouden plek om te beginnen, er was enorm veel criminaliteit. Binnen de kortste keren hadden we een redelijk groot bedrijf met zo’n 150 tot 200 mensen en grote, bekende klanten als de Deutsche Bank. Ik weet nog dat ik al na twee jaar mijn eerste dividend kreeg uitgekeerd: 7000 gulden.’

Met dezelfde partner werd in 1966 in Engeland begonnen onder de naam Seceurop Ltd. in Londen. Nog datzelfde jaar werd een tweede vestiging geopend in Leeds: Seceurop Services Ltd.

We schrijven nog steeds 1963. ‘Opeens dook een heel nieuw woord op: elektronica. Dat was dé toekomst, zei iedereen. Het zou alle mensen in de beveiliging brodeloos maken. Hoe dan ook: als beveiligingsbedrijf moest je erbij zijn.’ Van der Lee zocht contact met Dr. Schwarz, eigenaar van het Amsterdamse bedrijf Alarma 33. Samen richtten ze in Den Haag de NAB op, de Nederlandse Automatische Beveiligingscentrale, de eerste alarmcentrale van de NVD en de op één na eerste in Nederland.

De Alarmcentrale werd gevestigd in de serre van het pand aan de Badhuisweg. Nu nog vind je daar de dikke, gepantserde ramen van toen. Daar was toen al een meldingscentrale voor de beveiligers ingericht – die zich toen overigens nog meldden per telefoon. De centralisten, een van hen was weer Lambert Lumeij Schult, gingen de centrale rondom de klok bemannen. Alleen: klanten waren er nog niet. Alarma zou de centrale gaan inrichten, maar veel apparatuur was er dus nog niet nodig. Dr. Schwarz installeerde metersgrote stalen kasten, vol met lampjes. Van der Lee: ‘Voor de rest zat er niets in, alleen maar die lampjes. Maar het zag er allemaal wel héél interessant uit.’ De kasten waren alleen bedoeld om indruk te maken op potentiële klanten die op bezoek kwamen. De echte elektronica zou pas komen als dat ook werkelijk nodig was.

Van der Lee geeft eerlijk toe dat hij eigenlijk niet wist waar hij aan begon. ‘Ik had me nooit gerealiseerd dat als je ook maar één aansluiting verkoopt, je vervolgens wel rondom de klok mensen moet hebben die op dat lampje zitten te letten. Want dat had je verkocht.’ Een aansluiting was in die eerste jaren dan ook peperduur. ‘Het gekke was overigens dat we als een razende klanten moesten gaan aansluiten. Mensen hadden het er kennelijk graag voor over.’

Begin jaren 70 ontstond het idee om een eigen bedrijf te beginnen in elektronische beveiliging. In 1974 werd DSS opgericht, Dutch Security Systems. Directeur werd Lambert Lumij Schults. Het bedrijf werd gevestigd aan de Wagenaarweg, de werkplaats kwam in de kelder van dat pand. Al snel kwam er contact met een concurrent: Captor, een bedrijf in beveiligingssystemen, op 15 januari 1973 opgericht door een toen 24-jarige Cor Clement en zijn vriend Jaap Bijlsma.

Het duo had het jaar daarvoor een alarminstallatie voor een kennis in elkaar geknutseld. Precies één week na de installering liep een inbreker dankzij dat alarm tegen de lamp. Cor en Jaap werden de helden van de buurt en vormden een VOF onder de naam C.J. Clement Security Systems, een naam die na de eerste grote opdracht werd veranderd in Captor Security Systems. In 1974 kreeg het bedrijf aanzien door een samenwerking met een Zweeds computerbedrijf.

Het duo Clement en Bijlsma begreep dat het verkopen van beveiligingsinstallaties een grote vlucht kon nemen via samenwerking met de Eerste Gecombineerde. De bedrijven werden samengevoegd tot Captor/DSS. Na korte tijd ging DSS volledig op in Captor en werd Captor onderdeel van het beveiligingsbedrijf. De heer Clement werd verkoopcoördinator van zowel Captor als de Eerste Gecombineerde. Het was het begin van zijn carrière binnen het beveiligingsbedrijf.

Op de boot naar Engeland is het totaalconcept van de Nederlandse Veiligheidsdienst Groep geboren. De geschiedenis van de Nederlandse Veiligheidsdienst Groep ligt nergens vast, we moeten het hebben van de verhalen van de heren Van der Lee sr. en Clement sr. De heer Van der Lee leidt het bedrijf inmiddels wat meer vanaf de zijlijn, de heer Clement vertrekt aan het eind van dit jaar. Daarom grijpen we nu onze kans. In het vorige nummer hebben we de geschiedenis van 1955 tot 1975 geschetst. We zijn gekomen tot het moment dat de heer Clement zijn carrière binnen het beveiligingsbedrijf aanving. Daar pakken we de draad nu op.

In 1975 werkten er zo’n 1.200 mensen bij de NVD, die toen overigens nog steeds 1e Gecombineerde Nederlandse Veiligheidsdienst (G.N.V.D.) heette. Pas in 1977 ging dat ‘1e Gecombineerde’ eraf en kreeg het bedrijf de huidige naam. Het was het begin van de expansie van het bedrijf.

Midden jaren 70 begon het beveiligingsbedrijf met winkelsurveillance, opgezet door Rob Barnas en Wim van Wensveen. De heer Clement: ‘We hadden toen al door dat een beveiligingsbeambte niet zo algemeen inzetbaar is als je wel denkt. Werken op de winkelvloer is toch heel anders dan in een loge.’ De heer Van der Lee: ‘Doordat wij begrepen dat winkelsurveillance een specialisme was, veroverden we al snel een enorm marktaandeel. Anno 1996 hebben we nog steeds zo’n 80 procent van die markt.’

Overigens wil dat niet zeggen dat de NVD ook gigantische winst maakt met deze dienst. Van der Lee: ‘Je bent verplicht om een echt landelijke dekking te bieden. Dat is dus moeilijk te organiseren. Toch heb ik altijd gezegd: dat moeten we houden. Het is namelijk zo’n gigantisch mooi visitekaartje voor ons, zo hebben we er geen ander.’

Cor Clement bleef in die eerste jaren leiding geven aan Captor, daarnaast was hij verkoopcoördinator van zowel Captor als NVD. In werd hij 1979 adjunct-directeur van de NVD en in 1980 directeur.

In die jaren verkeerde de NVD in een wat ‘benauwde situatie’, zoals de heer Clement het formuleert. ‘De loonkosten waren behoorlijk gestegen, de tarieven niet helemaal meegegaan. Er was eigenlijk maar één oplossing: vertrouwen op de goede naam en reputatie van de Nederlandse Veiligheidsdienst en de klanten om een wel zeer historische prijsverhoging te vragen van bijna 20 procent over het gehele dienstenpakket. De klanten accepteerden dat. Kennelijk waren ze tevreden over de kwaliteit van onze diensten. Bovendien gaven we openheid van zaken: ze konden zelf zien hoeveel we kwijt waren aan lonen. Gelukkig maar, want waren ze daar niet in meegegaan, dan had de NVD niet overleefd, althans niet in de vorm die het bedrijf toen had.’

Na Duitsland en Engeland begon de NVD ook een eigen beveiligingsbedrijf in België, samen met de Duitse partner DSW. Van der Lee: ‘Want het was toch eigenlijk gek, je zit wel in Duitsland en Engeland, maar niet in het buurland België. Ze spreken dezelfde taal, de cultuur is vergelijkbaar. Nou, ik kan je vertellen, er is niets zo moeilijk als een bedrijf beginnen in België.’

In 1975 werd Seceurop Belgium opgericht, meteen werd er ook een Belgische poot van Captor opgericht. Dat laatste werd geen succes, dus na een paar jaar trok Captor zich terug. Seceurop Belgium wist zich een plek in de markt te bevechten, zij het dat er de eerste jaren bepaald geen winst werd gemaakt.

In 1980 werd Antoine Geerts directeur, tot die tijd bedrijfsleider bij een vestiging van de Makro in België. ‘De Makro werd ook meteen klant, dus dat was een goed begin. Na een aantal jaren werkten er 100 mensen bij Seceurop Belgium en werd er winst gemaakt. Die situatie is eigenlijk in al die jaren nauwelijks veranderd. België blijft een moeilijke markt, met grote concurrenten, een heel beperkende wetgeving en – wat wij niet gedacht hadden – een geheel andere cultuur.’

In die tijd gingen de heren Van der Lee en Clement zes keer per jaar naar Engeland om de directievergaderingen van de Seceurop UK bij te wonen. Ze deden dat niet per vliegtuig, maar gingen met de boot van Hoek van Holland naar Harwich. Een ideale gelegenheid om eens goed met elkaar te praten, zonder gestoord te worden.

Op die boottochtjes heeft de NVD Groep vorm gekregen. Clement: ‘Toen al hebben we bedacht dat de NVD zijn diensten moest uitbreiden met brandbeveiliging, receptieservice en geldtransport. Verder besloten we dat we de alarmcentrale moesten uitbouwen, dat we een eigen school moesten gaan opzetten en dat we overnames zouden gaan plegen. Daar op die boot is eigenlijk het totaalconcept dat we nu hebben, geboren.’

In 1981 startte de NVD met geld- en waardetransport, met een nieuw opgezet, eigen bedrijf: Nederlands Waardetransport (NWT). Daar gaat een verhaal aan vooraf. Geldtransport bestond in Nederland eigenlijk pas sinds 1970 toen Van Gend & Loos voor alle grote banken geld ging vervoeren. Er werd meteen een contract van 10 jaar afgesloten voor alle banken. Toen dat contract in 1980 afliep werden de geruchten steeds sterker dat de banken niet tevreden waren met de monopolitie-positie van Van Gend & Loos.

Die geruchten kwamen ook de NVD ter ore. De NVD wist ook dat de winkelbranche geïnteresseerd raakte in geldtransport om de dagopbrengsten te vervoeren. Het leek een gouden combinatie: ’s ochtends konden de wagens het geld naar de bankkantoren brengen, ’s avonds konden ze het bij de winkels weer ophalen. Er volgden gesprekken met banken en winkelorganisaties en iedereen was enthousiast over het initiatief van de NVD. Eindelijk zou er een tweeder aanbieder op die markt komen.

De heer Van der Lee: ‘Dat heeft ons verleid – stommelingen die we waren – om het Nederlands Waardetransport op te zetten.’ Onder leiding van de heer Heukel of Hoek, tot dan toe hoofd beveiliging van de Eerste en Tweede Kamer, werden dure Mercedessen aangeschaft. ‘We dachten dat we zomaar even een landelijk netwerk uit de grond konden stampen.’

Maar helaas: de banken bleven gewoon bij Van Gend & Loos en de grootwinkelbedrijven hapten ook niet meteen toe, hoezeer ze dat ook hadden toegezegd. Van der Lee: ‘Met die paar klanten die we hadden, reden we ons dus helemaal lek.’

Hoewel het nieuwe bedrijf bepaald dus niet winstgevend was, bleven de beide directeuren erin geloven en dat zijn ze altijd blijven doen. Ondertussen bedachten ze allerlei nieuwe vondsten, zoals bijvoorbeeld de plofkoffer. De heer Clement: ‘Die is weliswaar door anderen verder ontwikkeld, maar hij is hier bedacht, aan de vergadertafel op de Wagenaarweg.’

De heer Clement: ‘Ik denk dat hier een typische eigenschap van de NVD uit te halen valt. Hoewel we dus tegenslagen ondervonden met het geldtransport, gingen we al snel weer zoeken naar oplossingen. Inmiddels was er een derde aanbieder op de markt, het Engelse bedrijf Securicor. Het is ons gelukt om die twee samen te voegen.’ In 1984 gingen beide bedrijven op in de nieuwe combinatie Geldtransport Nederland, de voorloper van wat weer zes jaar later Geldnet zou worden.

De contacten met Securicor leverden nog een heel aardig presentje op. Securicor voelde zich niet helemaal thuis op de Nederlandse markt en wilde zich weer terugtrekken. Ondertussen had het bedrijf wel een eigen alarmcentrale opgezet met honderden aansluitingen. En die aansluitingen waren natuurlijk zeer interessant voor de NVD.

Tijdens een borrel in Dordrecht, na een boottocht over de Merwede, kaartte de heer Clement de zaak aan bij de directeur van Securicor. ‘Tot mijn verbazing zei hij meteen: “The connections? You can have them.” Voor niets! Het heeft mij alleen een paar biertjes gekost.’

De alarmcentrale heette toen nog steeds NAB, Nederlandse Automatische Beveiligingscentrale en was ook nog steeds eigendom van NVD en Alarma 33 samen. Begin jaren 80 nam de NVD de aandelen van Alarma over, waardoor het bedrijf een volle dochter van de NVD werd. Op dat moment werd ook de eigen alarmcentrale van Captor ondergebracht bij de NAB.

Captor en NAB, die door die samenvoeging intensiever gingen samenwerken, kwamen in 1980 in contact met verzekeraar Ennia (later opgegaan in Aegon). De heer Clement: ‘Samen kwamen we tot een – theoretisch – briljante gedachte. Ennia werkte met maar liefst 13.000 assurantietussenpersonen. Het idee was: als die tussenpersonen nu ook ook veiligheid gaan promoten, kunnen NVD en Captor alarminstallaties via dat kanaal verkopen, terwijl de schade voor de verzekeraar aanzienlijk terugloopt.’

Ennia kocht vijftig procent van de aandelen in Captor en NAB en gezamenlijk gingen de bedrijven van start met Prevennia. Clement: ‘De uiterst conservatieve prognose was dat iedere tussenpersoon één alarminstallatie per jaar zou kunnen verkopen: samen maar liefst 13.000. Dus zaten we bij Captor te wachten totdat die golf van orders zou komen.’ Van der Lee: ‘We kunnen kort zijn: die golf bleef uit. Deels door de recessie van dat moment, deels doordat de andere verzekeringsmaatschappijen het initiatief tegenwerkten.’ Na twee jaar werd de onderneming – eerder met veel trompetgeschal in de markt gezet – weer opgeheven. Ennia verkocht de aandelen in Captor en NAB weer terug aan de NVD, waar beide bedrijven zelf verder gingen bouwen aan hun marktaandeel.

In 1985 opende de NAB een tweede centrale in Amersfoort. Vanaf dat moment ging ‘Rijswijk’ zich richten op de grote, zakelijke aansluitingen, de nieuwe centrale specialiseerde zich in minder ingewikkelde, veelal particuliere aansluitingen. De heer Van der Lee: ‘Dat is een zeer succesvol idee geweest, want Amersfoort is gegroeid als kool, zonder dat Rijswijk daar schade van ondervond.’

Op de boot naar Engeland hadden de beide directeuren al bedacht dat het goed zou zijn een concurrent over te nemen. Het oog viel op Hoogeboom, een beveiligingsbedrijf in Amsterdam van de gebroeders Hoogeboom. De prijs die de broers vroegen, was echter veel te hoog.

In 1984 echter kreeg Hoogeboom een golf van negatieve publiciteit over zich heen vanwege allerlei malversaties. De NVD raakte opnieuw geïnteresseerd. Er was echter een kaper op de kust: Vendex, het moederconcern van V&D. De NVD ging daarom ook in overleg met Anton Dreesmann. Clement: ‘Er is zelfs nog even is er sprake van geweest dat Vendex, dat ook al bezig was om het geldtransport van Van Gend & Loos over te nemen, zowel Hoogeboom als NVD zou opkopen.’

Uiteindelijk trok Vendex zich terug als overnamepartij. De NVD startte de onderhandelingen met Hoogeboom. Van der Lee: ‘We hebben hier nachtenlang met holle ogen allerlei conceptcontracten opgesteld. Dat waren heel taaie gesprekken. Dat het gelukt is, hebben we mede te danken aan onze accountant, Engelbert Tempelman.’

Najaar 1984 werd de overname beklonken. Hoogeboom werd echter niet ingelijfd bij de NVD. Clement: ‘Onder de naam Seceurop hebben we er een merk van gemaakt naast de NVD, een beetje zoals Amstel naast Heineken bestaat.’ Twee jaar later was het Amsterdamse beveiligingsbedrijf weer winstgevend.

De overname van Hoogenboom Bewaking, najaar 1984, en de omvorming van dat bedrijf tot Seceurop, werd al snel een succes. Het meest lucratieve van de overname was het contract voor de beveiliging van Schiphol. Ander voordeel was dat het overschot aan werk bij de NVD door mensen van Seceurop kon worden ingevuld. De heer Clement: ‘Een hele leuke uitdaging, want die mensen waren nu niet bepaald gewend elkaar aardig te vinden. Maar uiteindelijk is er wel een redelijke samenwerking gekomen.’ De heer Van der Lee: ‘Maar van een echte verbroedering kun je zelfs nu nog niet spreken. Dat is ergens ook wel logisch, omdat we een gezonde concurrentie tussen die twee merken ook wilden behouden, maar opmerkelijk vind ik dat wel. Het zijn tot op zekere hoogte twee bloedgroepen gebleven.’

In het tweede jaar werd er al weer een klein winstje gemaakt. Van der Lee: ‘Het is onder leiding van de heer Wijnands en later de heer De Glint een heel mooi, stabiel bedrijf geworden, dat in die jaren in omvang is verdubbeld. Een echte successtory.’

In 1985 wist de NVD zijn BV Waardetransport Nederland samen te voegen met het geldtransportbedrijf van Securicor. Maar ook de nieuwe combinatie, Geldtransport Nederland, was geen doorslaand succes.

Inmiddels had ook de PTT een eigen geldtransportbedrijf opgezet om het uitgebreide netwerk van 2500 postkantoren van geld te voorzien. De heer Clement: ‘Dat was uiterst interessant voor ons, want de PTT had dus echt een landelijk netwerk. De PTT vond ons weer interessant omdat wij veel efficiënter konden werken dan het overheidsbedrijf dat de PTT toen nog was.’

In 1990 kwamen de partijen bij elkaar en werd Geldnet opgericht, met als aandeelhouders PTT (50%), Securicor (25%) en NVD (25%). Ook de eerste twee jaar van dat nieuwe bedrijf verliepen nog moeizaam, mede door de onderlinge cultuurverschillen. Daarna ging het hard. In een paar jaar tijd groeide het bedrijf van 300 naar 450 medewerkers, wist het een marktaandeel van 45 procent te behalen en werd het gezond winstgevend.

In 1985 begon de NVD een nieuwe dienst: Alarmering en Hulpverlening. Clement: ‘We zochten naar een uitbreiding van taken voor de Mobiele Surveillance. Bovendien werkten we toen ook aan ons imago, dus zochten we activiteiten die publiciteit konden opleveren.’ Van der Lee: ‘We wilden ook een vriendelijker uitstraling krijgen, al die uniformen, dat is zo streng. En wat is er nu vriendelijker dan oude dametjes helpen als ze gevallen zijn?’

Samen met een partner werd een alarmapparaatje ontwikkeld voor oudere en zieke mensen. Minister Brinkman gaf het startschot, KRO’s Brandpunt wijdde een gehele uitzending aan het nieuwe fenomeen. Het werd een succes. In korte tijd kwamen er 2.000 aansluitingen.

Clement: ‘Onze mannen hebben heel wat kussens opgeschud in die tijd, veel van die dames waren eenzaam en wendden daarom een kwaaltje of probleempje voor, dan kwam er tenminste weer eens iemand langs.’

Helaas: de overheid pikte het succes op en begon allerlei instanties met subsidies te stimuleren zelf iets vergelijkbaars op te zetten. Clement: ‘Zonde, want daardoor heeft een goed commercieel initiatief nooit echt tot wasdom kunnen komen.’ Saillant detail: in 1996 is de Stichting Thuiszorg Nederland een samenwerking aangegaan met de NVD voor dit soort dienstverlening.

Een nieuwe loot aan de stam werd in 1985 de ReceptieService. Van der Lee: ‘We hadden altijd al een paar dames gehad, maar dat waren echte beveiligingsmensen in een donker uniform.’ De NVD zag een markt voor een vriendelijker product, voor dames met een echt representatieve functie. Clement: ‘Daarom wilden we ook een ander soort uniform. Met de secretaresses van toen hebben we nog allerlei uniformen bekeken, daar is het bordeaux-rode pakje uitgekomen.’

Hoewel opdrachtgevers het een goed idee vonden – de NVD was de eerste met een dergelijke dienst – werd het nieuwe bedrijfje niet meteen een succes. Dat veranderde toen Gerard Everaars ad-interim de leiding overnam. Hij benoemde uiteindelijk Cilia Meulman, zelf begonnen als receptioniste/telefoniste, tot manager van dit typische vrouwenbedrijf. Sinds begin jaren negentig zorgen de nu ongeveer 250 medewerkers voor een goede winst. Van der Lee: ‘Op dit moment werken we hard aan uitbreiding, we willen het echt landelijk gaan verkopen. We hebben recent zelfs een dame aangenomen om iets vergelijkbaars in België op te zetten.’

De NVD Groep heeft altijd voorop gelopen in opleidingen. Het opleidingssysteem dat in de jaren zestig was opgezet, was echter overgedragen aan de LOI. De concurrentie maakte daar echter ook meer en meer gebruik van. De heer Clement: ‘Daarom wilden wij een stapje verder gaan. Niet alleen theorie meer, maar ook praktijk. En dan ook niet bij de klant, maar in een eigen opleidingsschool.’

In 1986 werd het pand aan de Treubstraat in Rijswijk gekocht en als school ingericht, onder de naam Nederlandse Veiligheidsdienst Advies- en Trainingscentrum. Twee jaar later werd er een tweede school geopend in Amsterdam. Beide scholen kregen levensechte oefenruimtes, zoals een loge en een winkelcentrum.

De scholen waren in eerste instantie bedoeld om eigen mensen op te leiden. Maar de laatste jaren haalt het ATC een groot deel van zijn omzet uit trainingen voor derden: museumsuppoosten, stadswachten, beveiligingsbeambten van andere bedrijven en winkelpersoneel bijvoorbeeld. Mede dankzij die activiteiten draait het ATC nog steeds goed.

Midden jaren tachtig liet de NVD de eerste brandwachten opleiden bij de brandweer Rotterdam. Deze vorm van dienstverlening werd echter pas een heus product toen er een samenwerking met Smit Internationale tot stand kwam.

De samenwerking was nog pril toen de brandweer Rotterdam zijn oefenterrein midden in de stad sloot. De NVD besloot prompt om samen met Smit een eigen opleidingscentrum te starten op de Maasvlakte. De naam werd door de heer Clement aan de keukentafel bedacht: Rotterdam International Safety Centre, oftewel RISC.

In 1986 werd het terrein met veel vuur en spektakel geopend door mr. Pieter van Vollenhoven en Prinses Margriet. Het openingsfestijn haalde alle tv-journaals. Toch waren de RISC-mensen wellicht iets te enthousiast. Ze stookten zulke grote branden, dat het oefenterrein meteen al schade opliep.

Na een aantal jaren ging ook het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam participeren in RISC, een deelname die dit jaar nog is uitgebreid. Inmiddels is RISC het grootste oefenterrein op dit gebied ter wereld. Mensen uit de hele wereld komen er trainen, van Russen en Chinezen tot Scandinaviërs en Amerikanen. Onder leiding van directeur Lourens de Groot werkt het bedrijf nu aan ambitieuze plannen.

Via RISC kwam de NVD Groep begin jaren negentig in contact met het Amerikaanse Rural Metro. De inmiddels welbekende Hagenaar Robert Manschot was daar president-directeur en was geïnteresseerd in het opzetten van een eigen oefenterrein in Amerika. RISC ging met Rural Metro in zee en zette daar zo’n vier jaar geleden RISC America op.

Maar Robert Manschot had nog een verlangen. Hij had geld nodig om overnames te bekostigen. De NVD Groep kocht vijftien procent van de aandelen en was daarmee meteen de grootste aandeelhouder. De heer Clement werd lid van de ‘board’, zeg maar de Raad van Commissarissen.

Rural Metro groeide hard door alle overnames. Omdat daar meer geld voor nodig was, werd het bedrijf naar de beurs gebracht. Aandelen die de Groep destijds voor tussen drie en zes dollar had gekocht, waren bij de beursintroductie opeens twaalf dollar waard. De Groep kon dus een forse winst incasseren. Die miljoenen konden weer geïnvesteerd worden in de Groep.

Inmiddels heeft Rural Metro 7.000 medewerkers in achttien staten in Amerika. De omzet is in zes jaar vervijfvoudigd. De heer Clement heeft nog steeds, namens de NVD Groep, een functie in de ‘board’.

Maar de Groep werd niet alleen actief in het Amerika, ook in Oost-Europa werden activiteiten ontplooid, samen met DSW uit Duitsland. DSW was al een beetje aan het pionieren in Rusland, de NVD Groep had in andere Oosteuropese landen wat contacten. Van der Lee: ‘Het gevaar bestond dus dat we elkaar op een gegeven moment als concurrenten zouden tegen komen. Daarom heb ik voorgesteld onze activiteiten in die regio samen te voegen.’

Zo kwamen er de afgelopen jaren bedrijven in Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne en Slowakije. Samen werken er bij die bedrijven nu zo’n 1000 mensen. Inmiddels is de Duitse holding van die bedrijven volledig eigendom van de Groep. Ook heeft de Groep nu alle aandelen in bezit van DSW Slowakije.

De holding blijft overigens gevestigd in Düsseldorf en wordt nog steeds geleid door Dr. Peter Hoppe, een Duitser die in Kiev is afgestudeerd en van begin af aan betrokken is geweest bij de expansie in Oost-Europa. Van der Lee: ‘Ik heb er grote verwachtingen van, al blijven het natuurlijk landen met een politiek onzekere toekomst.’

Alle activiteiten die de NVD Groep in de laatste dertig jaar is begonnen, zijn ooit ontstaan uit de NVD B.V. Iedere nieuwe activiteit werd ondergebracht in een eigen BV, zodat het product of de dienst zich zelfstandig kon ontwikkelen. Van der Lee: ‘Al die BV’s kregen een eigen directeur die voor hun eigen winst aan het werken waren. Terecht ook, want dat was de opdracht die ze van ons meekregen.’

Toch leverde dat wel eens problemen op. ‘Ik weet nog, een jaar of zeven geleden met al die MAKRO-branden. Binnen de kortste keren stonden er maar liefst tien verschillende bedrijven van de NVD Groep op de stoep om hun diensten aan te bieden. Echt waar hoor: tien.’

Het was aanleiding om het bedrijf opnieuw te gaan structureren. Er kwam een holding waar alle bedrijven onder kwamen te vallen, er kwamen voor het eerst accountmanagers die namens de gehele organisatie optreden. Een snel succes leverde die operatie niet op, want in feite gaat dat proces nog steeds door. Wel werd in 1991 ervoor gekozen om alle productmaatschappijen het voorvoegsel Nederlandse Veiligheidsdienst te geven. Het was maar een eerste stap van een productgericht naar een marktgericht bedrijf. Volgende grote stap was de samenvoeging van alle NVD-genaamde bedrijven, een proces dat nu volop gaande is. Op 1 januari van volgend jaar wordt weer een nieuwe stap gezet, wanneer de eindverantwoordelijkheid voor alle Nederlandse bedrijven komt te liggen bij NVD Nederland, zodat de samenwerking beter vorm kan krijgen. Om dit laatste deel van deze historie met een cliché te eindigen: de NVD Groep mag dan 85 jaar oud zijn, het bedrijf is nog steeds volop in beweging!

In 1999 nam zoon Ernst-Willem van der Lee het bedrijf over van zijn vader E.M.H. van der Lee. Hij begon voortvarend aan een totale reorganisatie van het bedrijf. Enkele maanden later echter besloot hij het bedrijf in zijn geheel te verkopen aan het Deense Falck A/S. De Nederlandse beveiligingswereld maakte in die tijd een enorme consolidatieslag door: ook de grote concurrenten werden overgenomen door multinationals: Randon door Securicor, VNV door Securitas. Daarmee eindigde in het voorjaar van mei 1999 officieel de betrokkenheid van de familie Van der Lee bij het beveiligingsbedrijf, dat dus maar liefst 88 jaar in de familie was geweest.

Die aloude Nederlandse Veiligheidsdienst ging nog enkele woelige jaren tegemoet. Amper een jaar later, in de zomer van het jaar 2000, fuseerde Falck wereldwijd met Group 4 en ging verder als Group 4 Falck. De Nederlandse activiteiten van Group 4 werden voor het overgrote deel geïntegreerd in de voormalige Nederlandse Veiligheidsdienst. In de loop van 2004 besloten Securicor en Group 4 Falck te fuseren tot Group 4 Securicor (nu: G4S). Een ingewikkelde fusie, want de Skandinavische bedrijven van Group 4 Falck, de basis van het aloude Falck, werden uit de fusie gelicht en gingen gewoon weer verder als Falck. De Europese Commissie bepaalde dat Group 4 Securicor te groot dreigde te worden in Luxemburg en Nederland. Besloten werd de oude Nederlandse Veiligheidsdienst op te splitsen. De alarmcentrale en het technische beveiligingsbedrijf gingen mee in de fusie, alle mensbeveiligingsactiviteiten en de services van NVD en het destijds geïntegreerde Group 4 werden te koop gezet.

De mensbeveiligingsactiviteiten en de services van NVD werden na lang onderhandelen en fel verzet van de OR in het late najaar van 2005 verkocht aan de Facilicom Services Groep. De NVD telde indertijd 5.000 medewerkers, het beveiligingsbedrijf PreNed slechts 2.500. Het was dus in feite een reversed take over. Facilicom heeft er veel werk van gemaakt om van beide bloedgroepen snel één bedrijf te maken. Daarom zijn de samengevoegde bedrijven ook meteen gaan werken onder een nieuwe naam: Trigion. Vijf jaar na het ontstaan van Trigion is het bedrijf uitgegroeid tot absolute marktleider in Nederland. Mede door de overname van havenbeveiligingsdienst HBD, concurrent CSU Security Services en het gerenommeerde Hoffmann Bedrijfsrecherche telt het beveiligingsbedrijf anno 2011 meer dan 8.500 medewerkers, samen goed voor een omzet van 360 miljoen euro.

De Nederlandse beveiligingswereld maakte in die tijd een enorme consolidatieslag door: ook de grote concurrenten werden overgenomen door multinationals: Randon door Securicor, VNV door Securitas. Daarmee eindigde in het voorjaar van mei 1999 officieel de betrokkenheid van de familie Van der Lee bij het beveiligingsbedrijf, dat dus maar liefst 88 jaar in de familie was geweest.

Die aloude Nederlandse Veiligheidsdienst ging nog enkele woelige jaren tegemoet. Amper een jaar later, in de zomer van het jaar 2000, fuseerde Falck wereldwijd met Group 4 en ging verder als Group 4 Falck. De Nederlandse activiteiten van Group 4 werden voor het overgrote deel geïntegreerd in de voormalige Nederlandse Veiligheidsdienst. In de loop van 2004 besloten Securicor en Group 4 Falck te fuseren tot Group 4 Securicor (nu: G4S). Een ingewikkelde fusie, want de Skandinavische bedrijven van Group 4 Falck, de basis van het aloude Falck, werden uit de fusie gelicht en gingen gewoon weer verder als Falck. De Europese Commissie bepaalde dat Group 4 Securicor te groot dreigde te worden in Luxemburg en Nederland. Besloten werd de oude Nederlandse Veiligheidsdienst op te splitsen. De alarmcentrale en het technische beveiligingsbedrijf gingen mee in de fusie, alle mensbeveiligingsactiviteiten en de services van NVD en het destijds geïntegreerde Group 4 werden te koop gezet.

De mensbeveiligingsactiviteiten en de services van NVD werden na lang onderhandelen en fel verzet van de OR in het late najaar van 2005 verkocht aan de Facilicom Services Groep. De NVD telde indertijd 5.000 medewerkers, het beveiligingsbedrijf PreNed slechts 2.500. Het was dus in feite een reversed take over. Facilicom heeft er veel werk van gemaakt om van beide bloedgroepen snel één bedrijf te maken. Daarom zijn de samengevoegde bedrijven ook meteen gaan werken onder een nieuwe naam: Trigion. Vijf jaar na het ontstaan van Trigion is het bedrijf uitgegroeid tot absolute marktleider in Nederland. Mede door de overname van havenbeveiligingsdienst HBD, concurrent CSU Security Services en het gerenommeerde Hoffmann Bedrijfsrecherche telt het beveiligingsbedrijf anno 2011 meer dan 8.500 medewerkers, samen goed voor een omzet van 360 miljoen euro.

© 2011 Frank Bokern, Weergaloos met Woorden, Bussum

Dit bericht is geplaatst in 1900 - 1999, 2000 - 2009. Bookmark de permalink. Trackbacks zijn gesloten, maar u kunt een reactie achterlaten.

5 Reacties

  1. Marcel Eleveld
    Geplaatst op 2 juli 2012 om 11:09 | Permalink

    Ik als oud medewerker van de NVD MS Utrecht, en vind het ook jammer dat het de NVD niet meer geeft, waren nog eens tijden die nooit meer zullen wederkeren.
    Jammer maar helaas, …..

  2. Inspecteur
    Geplaatst op 12 mei 2012 om 23:51 | Permalink

    Heerlijke jaren bij de NVD. Doodzone….

  3. Hans van Steenes
    Geplaatst op 5 september 2011 om 19:43 | Permalink

    Heel mooi herkenbaar artikel.
    Als coördinator in “de Centrale” ken ik alle verhalen als mijn broekzak.
    De overname van Hoogeboom was de max. Wat waren we trots man.
    Jammer dat alles zo soft geworden is. De rangen met de bijbehorende strepen en kronen. Voor velen was dat de stimulans om een diploma te gaan halen.
    Ik werk nu in de beveiligingssector in België en denk nog met veel weemoed en trots terug aan die vooruitstrevende N.V.D.

  4. Johan
    Geplaatst op 16 augustus 2011 om 23:39 | Permalink

    Ik ben het helemaal met Rene eens.
    Jammer dat dit bedrijf toen verkocht is, we zijn er alleen maar op achteruit gegaan.het is toch eigenlijk dieptreurig dat de CAO van de NVD op een aantal punten nog steeds beter is/was als de huidige CAO.

  5. rene
    Geplaatst op 10 mei 2011 om 00:02 | Permalink

    Wat is het toch jammer dat dit bedrijf in zijn oude glorie niet meer bestaat. Geen van van de oudgediende die nu werkzaam zijn bij de huidige is tevreden. Oude tradities zoals het Sinterklaasfeest werden van tafel geveegd onder de noemer van “bezuinigingen”. Jammer, geef mij de oude NVD-tijd maar terug!

Plaats een reactie

Uw e-mail wordt nooit gepubliceerd noch gedeeld. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*
*

U mag deze HTML-elementen en attributen gebruiken <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

  • Welkom

    op de website over de Van der Lee's die in Nederland hebben gewoond en hun sporen hebben nagelaten in de Nederlands geschiedenis.

    De website ging in 1999 van start met als belangrijkste doelstelling het aanbieden van historische onderzoek gegevens over Van der Lee. Inmiddels is de website uitgegroeid tot een van de belangrijkste Van der Lee historische websites.

  • Met dank aan: