Zo vader, zo zoon.

Gerardus van der Lee, beter bekent in Medemblik als Gerrit van der Lee werd geboren op 15 december 1859 in Medemblik. Gerrit van der Lee groeide op in Medemblik en was zeer goed bevriend met Jacob Koop. Op 5 juni 1887 huwde hij met de 20 jarige Dieuwertje Berkhout uit Andijk. Gerrit van der Lee en Dieuwertje Berkhout krijgen samen negen kinderen, waaronder Pieter van der Lee, geboren op 14 november 1889 in Medemblik.

Het was rond 1903 dat de vriendschap tussen Gerrit van der Lee en Jacob Koop flink bekoeld was. Wat de oorzaak is onduidelijk, maar dat ze elkaar niet kunnen verdragen is wel duidelijk. Een reeks van conflicten volgt. Een uit de hand gelopen woordenwisseling of een vechtpartij is regelmatig aanleiding voor Jacob Koop om tegen Gerrit van der Lee aangifte te doen.

Op de eerste zondag van de Medemblikker kermis in 1904 (5 juni 1904) was er een ontmoeting tussen Gerrit van der Lee (van beroep winkelier) en Jacob Koop (van beroep koopman). Tijdens deze ontmoeting escaleerde de spanningen die er tussen de twee waren en Gerrit van der Lee gaf Jacob Koop een geweldige klap op zijn hoofd, waardoor zijn hoed werd gedeukt en Jacob Koop een flinke hoofdpijn opliep. Jacob Knoop laat het er niet bij zitten en doet aangifte. De zaak komt op 19 juli 1904 voor bij de rechtbank in Alkmaar. Gerrit van der Lee ontkent geslagen te hebben en zegt dat Jacob Koop het verzonnen heeft en de hoed zelf heeft gedeukt om hem te grazen te nemen. Echter waren er getuigen die de lezing van Jacob Koop bevestigen. Gerrit van der Lee hoort 8 gulden boete of 4 dagen hechtenis tegen hem eisen.

Medembilk, Oosterhaven
Medembilk, Oosterhaven

Nog geen half jaar later op 21 december 1904 loopt de 45 jarige Gerrit van der Lee (inmiddels aannemer) langs de Oosterhaven in Medemblik Jacob Koop tegen het lijf. Die ontmoeting mond uit in een flinke woordenwisseling waarbij Jacob Koop het zwaar te verduren krijgt. Zo zou Gerrit van der Lee gezegd hebben hij en dief was, gestolen huizen en pakhuizen liet opknappen en 700 gulden had gepikt. Jacob Koop deed hierover aangifte bij de burgemeester. Deze kwestie kwam voor op 7 februari 1905 voor bij de rechtbank in Alkmaar en er werd 15 gulden boete of 8 dagen hechtenis tegen hem geëist. Jacob Knoop is de ruzies met Gerrit van der Lee zo zat dat hij uiteindelijk verhuist naar Shagen.

Op 19 april 1905 krijg Gerrit van der Lee woorden met zijn 72-jarige schoonvader Pieter Berkhout. Gerrit van der Lee had negen emmers van een gehuurde baggermachine op zijn eigen houtje mee naar huis genomen en had deze op herhaaldelijk verzoek niet willen afgeven. Pieter Berkhout diende een aanklacht in tegen zijn schoonzoon Gerrit van der Lee wegens het onbruikbaar maken van de baggermachine. Echter vond de Officier van justitie het bewijs niet geleverd. Immers lag op 19 april 1905 de baggermachine op de wal, zodat de baggermachine onbruikbaar was en dus niet onbruikbaar gemaakt was door het wegnemen van de emmers.

Jacob Knoop was nog maar net vertrokken naar Shagen of Gerrit van der Lee kreeg het aan de stok met Johannes Lageveen, een stevig man die niet snel zal laten wegjagen. Gerrit van der Lee en Johannes Lageveen hebben een uit de hand gelopen conflict over een baggermachine. De ruzie liep hoog op en als Gerrit van der Lee een baggeremmer zag werkte dat als een rode lap op een stier. Zo kregen ze in april 1909 bij de smid D.J. Geuzebroek in ’t Begijnhof ruzie. Pieter van der Lee kwam zijn vader te hulp en sloeg Johannes Lageveen tegen de muur. In de rechtbank te Alkmaar verdedigt Pieter van der Lee zich dat hij zo optrad om zijn vader te ontzien. Pieter van der Lee hoorde op 22 juni 1909 25 gulden boete of 10 dagen hechtenis eisen.

Gerrit van der Lee kan zonder twijfel beschreven worden als een persoon met een fel karakter, in elk geval stond hij in Medemblik zo bekent. Gerrit van der Lee weet zijn temperament een tijd onder controle te houden. Op de 20ste van de lieve meimaand in 1911 krijgt hij wederom hevige onenigheid met de 21 jarige Toon Waijer. In de Nieuwstraat waren ze elkaar tegen gekomen en liepen al kibbelend naar de Begijnenhof. Hier was het dat Toon Waijer Gerrit van der Lee op de straatstenen kwakte. Gelukkig liep hij zo goed als geen letsel opliep. Gerrit van der Lee deed ter plaatse aangifte en Toontje Waijer hoorde in de rechtbank 7 dagen gevangenisstraf tegen hem eisen.

De inmiddels 54-jarige Gerrit van der Lee stopt met het zware werk als aannemer en gaat werken als vrachtrijder. Zijn nieuwe baan maakte hem in elk geval niet vredelievender. Op 26 juni 1913 krijgt hij ruzie met een van de “bestellers der Hollandsche Spoor” en heeft hem in een driftbui met een zweep toegetakeld. Ook deze zaak moest voorkomen. Op de zitting van 9 september 1913 vertelt Gerrit van der Lee kalm dat hij de man helemaal geen pijn deed. De president van de rechtbank  keek naar de handen van Gerrit van der Lee en dacht daar duidelijk anders over. Gerrit van der Lee die al enige malen terecht had gestaan bij de rechtbank in Alkmaar hoorde 15 gulden boete of 15 dagen gevangenisstraf tegen hem eisen.

Pieter van der Lee lijkt een aantal trekjes van zijn vader mee gekregen te hebben. Ook hij heeft regelmatig ruzie en moet zich verantwoorden bij de rechtbank. De aanklachten variëren van diefstal van hout en benzine, bestellen van dranken op naam van iemand anders tot mishandeling.

In 1914 zit de 24-jarige Pieter van der Lee in het huis van bewaring in Alkmaar. Op 13 januari 1914 moet hij zich verantwoorden voor een van zijn capriolen die hij met iemand zijn rijwiel had uitgehaald. Pieter van der Lee had geld nodig. Sinds hij de zaak van zijn ouders had verlaten lukt het hem maar slecht om aan geld te komen. Begin december 1913 had hij een fiets gehuurd bij Klaas de Reus uit Hoorn. Hij zou de fiets na drie dagen terug brengen, uiterlijk 4 december in de namiddag. Het was al laat op donderdag 4 december toen Klaas de Reus in de kille avondlucht uitkeek naar de fiets en zijn centen. Maar wat hij ook zag, Pieter van der Lee was het zeker niet. Pieter van der Lee was er met de fiets vandoor gegaan en was inmiddels in Purmerend aangekomen. Daar had hij de fiets weten te belenen voor enkele guldens, althans dat zegt Pieter van der Lee zelf. De rijwielhandelaar, de heer C. D. v. Hoorn gaf een andere lezing. Hij vertelde dat Pieter van der Lee het “ding” te koop aanbood en dat hij uiteindelijk de koop sloot voor 6 gulden. Pieter  van der Lee hoorde 8 maanden gevangenisstraf eisen, zijn rechtsgeleerde raadsman concludeerde in zijn pleidooi tot het opleggen van een lichteren straf.

Paspoot registratiekaart bij de gemeente Amsterdam
Paspoort registratiekaart bij de gemeente Amsterdam

Op 9 september 1916 was Pieter van der Lee ’s avonds in het cafe op de Kaasmarkt en trof daar Lucas de Jong. Lucas de Jong stond in Medemblik bekend als een stumper en had tegen tegen Pieter van der Lee iets gezegd dat hem razend maakte. Pieter van der Lee antwoordde met daden en sloeg er op los. Lucas de Jong kreeg volop “kop en ooren”. Getuigen Jacob Berghout had niet gezien dat Lucas de Jong terugsloeg. Wel had de getuigen de mishandelingen van Piet van der Lee gezien. Piet van der Lee hoorde bij de rechtbank in Alkmaar op 19 december 1916 15 gulden boete of 10 dagen hechtenis eisen.

Pieter van der Lee verhuist naar Amsterdam en vraagt daar bij de gemeente een paspoort aan. Uit deze aanvraag blijkt dat hij in elk geval tot 1940 ongehuwd is geweest. Zijn paspoort werd op 24 september 1937 afgegeven en hij laat deze op 29 januari 1940 verlengen tot 24 september 1941.

Gerardus van der Lee overleed op 78-jarige leeftijd op 27 oktober 1938 in Hoorn, zijn oudste zoon Pieter van der Lee overleed de dag voor kerst op 24 december 1945 in Amsterdam.

Bron: Amsterdams stadsarchief en diverse kranten waaronder de Alkmaarsche Courant, Heldersche Courant  en de Schager Courant.

Tagged with:

2 thoughts on “Zo vader, zo zoon.”

Laat een reactie achter op Marjan van der Lee Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *