Van der Lee en de ontrouwe boekhouder.

Diverse kranten in heel Nederland, waaronder de Rijnbode en de Schager Courant doen in 1908 uitvoerig verslag dat de boekhouder W. van Giessen, werkzaam bij de stoomzuivelfabriek C. G. van der Lee verdwenen is. Uit onderzoek is gebleken dat W. van Giessen zich geld toegeëigend heeft van de stoomzuivelfabriek en valse documenten heeft gemaakt.W. van Giessen kwam in 1895 in dienst bij de stoomzuivelfabriek en had het volste vertrouwen van de Cornelis Gijsbert van der Lee. Met 75 gulden per maand en kreeg een aan ongeveer 300 gulden aan winstdeling had hij een goed salaris. Vlak voor zijn verdwijning vierde men nog het 12 1/2 jarig jubileum. W. van Giessen was voornemens om op korte termijn te trouwen met zijn verloofde Bertha (Barbara Nelina de Ridder). Ze hadden inmiddels vier jaar een relatie en waren reeds verloofd. Door Cornelis Gijsbert van der Lee werden er al maatregelen genomen om voor hem een dienstwoning te bouwen naast de fabriek.

Bij toeval werd door Cornelis Gijsbert van der Lee ontdekt hoe de verduisteringen werden gepleegd. W. van Giessen had de opdracht gekregen bij de boeren uit de regio het bedrag te verrekenen over de door hun geleverde melk. Van Giessen betaalde echter niet uit en stopte het geld in eigen zak. Volgens de boeken werden de boeren betaald, overeenkomstig de hoeveelheid geleverde melk. Boeren die bij W. van Giessen kwamen klagen werden door hem betaald om zo escalatie te voorkomen. Gezien op papier alles leek te kloppen werd de zaak door de directie niet opgemerkt. Hoewel de onderhandelingen over o.a. de melkprijs tussen de boeren en de directie plaats vond had geen van de boeren had er ooit met de directie over gesproken.

Gezicht op de Melkinrichting en Zuivelfabriek C.G. van der Lee (Amsterdamsestraatweg 320) te Zuilen.
Gezicht op de Melkinrichting en Zuivelfabriek C.G. van der Lee (Amsterdamsestraatweg 320) te Zuilen.

Op een dag kwam een van de boeren bij de zuivelfabriek en liep daar Cornelis Gijsbert van der Lee tegen het lijf. Cornelis Gijsbert van der Lee was verbaast over het tijdstip dat de boer bij de fabriek was en vroeg wat hij kwam doen. De boer antwoorden kort: “Geld beuren”. Hij had nog een verrekening tegoed van enkele weken. Dit was opmerkelijk, volgens de boeken hadden alle boeren hun geld gekregen. Al snel werd duidelijk dat ongeveer 15 boeren nog betaalt moesten worden.

De boeren werden bezocht om te achterhalen hoe groot het nadeel is dat de zuivelfabriek door het handelen van W. van Giessen heeft geleden. Bovendien is er aan het licht gekomen dat W. van Giessen leningen heeft bij boeren die hij namens de stoomzuivelfabriek heeft afgesloten. Deze stukken waren ondertekend door de directeur, althans ze wilde W. van Giessen dit doen laten geloven. Zo heeft hij van enkele bedragen van twee en drieduizend gulden gekregen. Zover men heeft kunnen berekenen zou van Giessen rond de 4000 gulden hebben weggenomen, los nog van de leningen die hij namens de stoomzuivelfabriek heeft afgesloten.

Toen W. van Giessen door had dat zijn dubieuze zaken aan het licht kwamen nam hij de benen. Vermoedelijk ging hij in Amsterdam. Een getuige zegt hem daar gezien te hebben bij het Vondelpark. De politie in Amsterdam heeft nauwkeurig onderzoek gedaan maar er kon geen aanhouding worden gedaan. Ook gaat het verhaal dat hij naar België zou zijn gegaan en dat het geld bij de familie van de boekhouder is gebracht om er op te passen.

Melkventer van der stoomzuivelfabriek C.G. van der Lee in Utrecht.
Melkventer van der stoomzuivelfabriek C.G. van der Lee in Utrecht.

W. van Giessen was vertrokken naar Parijs, maar  kon dar de rust niet vinden en besloot terug te keren om zichzelf op Nederlands grondgebied aan te geven. Enkele dagen later geeft de 25 jarige W. van Giessen zich zelf aan op het politiebureau in Bergen op Zoom (Andere bronnen spreken over Roosendaal). Bij fouillering door de marechaussee werden 20 franken gevonden en een geladen revolver. Dit wapen had de boekhouder normaal op kantoor om minder gewenst bezoek uit het woonwagenkamp aan de Amsterdamsestraatweg af te schrikken. Alle patronen in de revolver bleken nog aanwezig te zijn

Op maandag 11 mei 1908 moest hij voorkomen en hij werd bijgestaan door mr. F.A.C. Schroder. Er was zeer veel belangstelling voor deze zaak, de publieke tribune zat vol en buiten stonden groepjes nieuwsgierige mensen te wachten op de uitspraak van de rechter. W. van Giessen zag er slecht uit en hoorde met terneergeslagen ogen het lezen van de aanklacht aan.

Dat hij te Utrecht in het voorjaar van 1906, of daaromtrent, althans in 1906 of 1907 valschelijk, in strijd met de waarheid heeft opgemaakt, of doen opmaken:

1. Een op zegel gesteld contract tusschen Cornelis Gijsbertus van der Lee, en hem – van Giessen – waarbij deze beiden verklaren zich te associeren voor onbepaalden tijd, ten aanzien van der door Van der Lee voormeld gedreven stoom zuivelfabriek en melkinrichting, waarbij verder- tusschen partijen werd overeengekomen dat hij – van Giessen – zoude ontvangen een maandelijksche toelage van honderd gulden in contanten moest storten of had gestort: dat hij – van Giessen – jaarlijks zoude ontvangen eentwintigste aandeel van de netto winst, benevens 5% rente over het door hem gestorte kapitaal, dat Van der Lee aan hem, Van Giessen, op 60-jarige leeftijd verzekerde een pensioen van 500 gulden en op 65-jarige leeftijd een pensioen van 1000 gulden per jaar, en dit contract valschelijk met de naam C.G. van der Lee- alsmede met zijn eigen naam heeft ondertekend;

2. Een op zegel gestelde verklaring, waarbij de directie de Nationale Levensverzekeringbank te Rotterdam erkent van hem – Van Giessen- ontvangen te hebben de somma van 2000 gulden, overeenkomstig artikel 5 der instructie van de agenten gestort als borgstelling en waarbij hij zich verbindt over genoemd bedrag van 5% per jaar te vergoeden, en dit stuk eveneens valschelijk met de namen van der directeuren dier Bank J.W. Niemeijer en H.C. of C.C. Sommer – heeft ondertekend, et het oogmerk om deze geschriften als echt en onvervalscht te gebruiken of door anderen te doen gebruiken uit  welk gebruik eenig nadeel is of althans kon ontstaan. Voorts dat hij omstreeks de zomer van 1907 of daaromtrent te Utrecht en te Kamerik opzettelijk van die valschelijk door hem opgemaakte geschriften heeft gebruik gemaakt, als waren zij echt en onvervalscht, uit welk gebruik eenig nadeel kon ontstaan, door deze opzettelijk te vertoonen en te doen vertoonen en te Utrecht aan A. Kasteleijn, wed. D.C. de Ridder, en haar zoon D.C. de Ridder, en te Kamerik aan Hermanus Verweij, ten bewijze dat hij inderdaad op de voorwaarden in het contract vermeld bovenomschreven overeenkomst met Van der Lee had gesloten en inderdaad bij gemelde Bank eene waarborgsom van 2000 gulden had gestort.

De papieren werden op zijn kamer in een koffer terug gevonden en diende tijdens het proces als het belangrijkste bewijsstukken. Tijdens de zittingen geeft W. van Giessen toe de twee stukken te hebben gemaakt en aan J.W. de Rooy gevraagd deze over te schrijven. Dirk de Ridder, de broer van Bertha de Ridder had twijfels bij de relatie tussen W. van Giessen en zijn zus. W. van Giessen heeft met de documenten o.a. willen aantonen dat hij voldoende geld had en dat ook zijn pensioen goed geregeld was.

mr. F.A.C. Schroder pleit: “In de 13 jaar dat hij bij de stoomzuivelfabriek was de administratie te omvangrijk geworden en W. van Giessen verloor het overzicht. Er kwamen te korte die hij middels leningen wilde oplossen. Toen er weer nieuwe te korte waren besloot hij te vluchten naar Parijs en ondernam hij een zelfmoord poging. Deze mislukte en hij zag in dat hij zichzelf beter kon aangeven.”

Krantenknipsel van 18 mei 1908 met het vonnis W. van Giessen
Krantenknipsel van 18 mei 1908 met het vonnis W. van Giessen. (W.v.G)

Het openbaar ministerie geeft aan het verduisteren van geld niet te kunnen bewijzen. W. van Giessen hoort op 18 mei 1908  één jaar en zes maanden gevangenisstraf tegen hem eisen voor het maken en gebruiken van vervalste documenten. Een week later op maandag 25 mei 1908 werd  na het horen van zijn verloofde het vonnis uitgesproken: “W.v.G. 25 jaar, boekhouder bij den heer C.G. van der Lee, alhier (Utrecht), werd veroordeeld wegens valsheid in geschrifte en gebruikmaking daarvan tot 1 jaar gevangenisstraf met aftrek der preventieve hechtenis.”

Bertha (Barbara Nelina de Ridder, geboren op 21 februari 1879 in Zuilen) ziet in dat haar broer gelijk had en trouwt niet met W. van Giessen, maar besluit vijf jaar later te trouwen op  5 juni 1913 in Utrecht met Emil Hugo Knoop gen. Hennigfeld uit Weitmar.

Volgens het vonnis is W. van Giessen in 1883 geboren (25 jaar in 1908). Dat zou betekenen dat hij als 13 jarige bij de stoomzuivelfabriek is komen werken. Echter in een ander artikel (bij de aanklacht) dat hij 29 jaar was, en dus in 1979 geboren zou zijn.

Bron: De Rijnbode en de Schager Courant

Tagged with:

1 thought on “Van der Lee en de ontrouwe boekhouder.”

  • Wat fantastisch om het artikel over de frauderende boekhouder bij de stoomzuivelfabriek te vinden. Dit gaat in ons archief.
    Hartelijk dank, met bewondering voor de inzet om zulke zaken ‘boven water’te krijgen.

Laat een reactie achter op C.G. van der Lee Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *