De pottenbakker.

In 1678 stond er aan de Spee (Duitsland) een fabriek voor het maken van fijn aardewerk. Het was een van de eerste fabrieken in Berlijn en omgeving. Waarom deze tot een van de eerste fabrieken in Berlijn en omgeving werd genoemd is niet meer te achterhalen.

Uit de tot nu toe bekende gegevens kan de mening van Anton Bathasar Konigs in het jaar 1793 als toonaangevend worden genoemd. Hij meende dat de Keurvorst een porselein bakkerij wilde aanleggen omdat het aardewerk zo goed bekend stond, algemeen gebruikt werd en omdat er veel geld uit het land naar Nederland ging, waar op dat moment de Delftse fabieken floreerden.

De Keurvorst werd in zijn idee versterkt door de, in 1661 in drie plaatsen in Duitsland ( Main, Hanau en Frankfurt) gestichte porselein fabrieken, die met goed resultaat draaiden. Op welke wijze in Holland een goede specialist kon worden geworven blijft in het duister gehuld. Had een diplomaat van de Keurvorst hiervoor een opdracht? Of is er op andere wijze gebruik van bijzondere contacten of gazanten gemaakt? Wat ook mogelijk is dat de Keurvorst die in 1675 in Amsterdam was en toen ook Delft bezocht, degene is geweest die contact heeft gelegd.

Wel is bekend dat de Keurvorst Friedrich Wilhelm op 18 mei 1678 een verdrag ondertekende waarbij het de porselein maker Pieter Fransen van der Lee werd toegestaan in Duitsland Delfts porselein te vervaardigen. In een akte van het geheime staatsarchief bevindt zich het bewijs dat het verdrag werd opgesteld aan de hand van een concept van Van der Lee.

Het negen paragrafen tellende document kent verrassende punten over de vestiging van de fabriek. Zo moest de Keurvorst de fijn aardewerk maker en zijn eveneens aangenomen draaier behoorlijk tegemoetkomen om ze tot overkomst te verleiden. Zo bedongen zij een verhuiskosten regeling van respectievelijk 100 en 50 Reichstaler en de verplaatsingskosten. Tot aan de eerste opbrengsten kregen zij een ondersteuning van vier respectievelijk drie Reichstaler.

Drie jaar lang had Pieter Fransen van der Lee aanspraak op jaarlijks 20 centenaar (50 kg) Rogge en 20 centenaar Gerst. Brandhout voor de fabriek moest gratis geleverd worden. De Hollander mocht zijn bedrijf runnen zonder gemeentelijke en andere lasten. Uit eigen middelen wilde de Keurvorst de oven en de glazuur molen voor de productie opbouwen. De eerste werkplaats zo verluidt van Van der Lee werd in Potsdam ingericht. Andere aanwijzingen bevestigen dat Van der Lee als werkplaats en woongelegenheid , de aan de Keurvorstin toe behorende watermolen, ingericht voor de papier fabrikage, kreeg aangewezen. Met de ombouw werd in juli 1678 begonnen.

Op deze manier stelde de vorst niet allen het stichting kapitaal maar ook start kapitaal ter beschikking. Dit alles in krediet vorm. Van der Lee moest na vier jaar jaarlijks een bedrag van 20 Reichstaler terug betalen. De Hollander bleef juridisch eigenaar. De fabrikant mocht zijn waren overal verkopen. De Keurvorst had wel het voorkeursrecht. De ondernemer had zo een monopolie positie. Invoer van porselein werd verboden. De beambten van de Keurvorst waren niet blij met de positie van Van der Lee. De akte vermeld niet wanneer met de productie werd begonnen.

Dit alles stond niet onder een gelukkig gesternte, want al in januari 1680 stierf Van der Lee. Omdat veel geld was geinvesteerd nam de Keurvorst zelf de regie over. Hij stelde de geheime kamerdienaar Johan Senning op zijn verzoek als inspecteur aan in de hoop dat deze de productie eindelijk op gang zou brengen. Dit wellicht met de hulp van de meegekomen draaier of ene meester Jan die in 1683 als fijn aardewerk maker wordt genoemd.Van der Lee werd begraven in de Dorotheen stadtische Kirche.

Een tot drie jaar lang werd er voor de Spandauer poort aan de Panke werkelijk porselein gemaakt. Ook houtleveringen voor de bakkerij bevestigen dat. Tussen 1683 en1692 wordt in de boeken slechts een porselein bakker vermeld n.l. Peter Urz uit Holland (1685).

Tagged with:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *