Ingenieur Nicolaas Johannes van der Lee.

In 1825 werd Nicolaas Johannes van der Lee (1808-1878) kadet Waterstaat aan de artillerie- en genieschool in Delft en op 1 oktober 1828 élève-asprirant. Hij werkte o.a. onder ingenieur Beijerinck aan de droogmaking van de Zuidplas en onder ingenieur Greve aan de aanleg van het kanaal door Voorne.

Tijdens de Belgische opstand meldde hij zich in oktober 1830 aan als vrijwilliger. Alle ingenieurs van Waterstaat onder de 40 jaar hadden zich voor dienstneming bij de schutterij aangemeld. Van Nicolaas Johannes van der Lee werd het aanbod aangenomen; hij was tot 1833 bij de mobiele Zuidhollandsche schutterij in dienst en had als ingenieur verlof.

Bij zijn bevordering op 1 april 1835 tot aspirant-ingenieur, werd hij in Zeeland in te dienst gesteld. Ruim een jaar later op 1 juli 1836 werd hij aangesteld tot ingenieur 2e klasse. Toen in dat jaar de plannen voor een spoorweg van Amsterdam naar de Duitse grens uitgewerkt moesten worden, werd o.a. van der Lee hiermee belast.

Twee jaar later (1838) krijg hij een nieuwe standplaats: Baambrugge. Omstreeks 1841 werd zijn standplaats tijdelijk afgewisseld door een verblijf te Nieuwer-Amstel. Daar werd hij belast met een deel van den aanleg van het spoor. Daar deed kreeg stond hij te boek als een zeer voortvarend ingenieur. Na het overlijden van de hoofdingenieur Goudriaan (1842) kwam hij onder de orders van den waarnemenden hoofdingenieur van der Kun.

Toen zijn werkzaamheden er op zaten, werd hij op 1 juli 1844 tot ingenieur in het oostelijk arrondissement van Noord-Brabant aangewezen, met als standplaats Oosterhout. Hier bleef hij werken tot 1 oktober 1845. Hij werd benoemd tot directeur van de Nederlandsche Rijnspoorweg-Maatschappij, die de van rijkswege aangelegde lijn had overgenomen. Nicolaas Johannes van der Lee maakte de ontwerpen van de lijnen naar Emmerik en Rotterdam, echter zijn optreden viel niet in den smaak van de commissarissen van de maatschappij. Hij verzocht weer in rijksdienst te mogen komen werken, en werd met 1 april 1850 als arrondissements-ingenieur te Groningen geplaatst.

Stoomsleepboten bij Delfzijl
Stoomsleepboten bij Delfzijl

Misschien doordat zijn werkzame geest hier niet genoeg voldoening vond in zijn dagelijkschen arbeid, legde hij zich op andere bezigheid toe, en richtte hij met den notaris Mr. A.J. van Royen te Onderdendam een stoomsleepdienst van Groningen langs Zoutkamp tot in zee op. Hun werd hiervoor bij K.B. van 10 september 1851 concessie verleend, en in maart 1852 werd de concessie op de naam der Groningsche Stoomsleep-Maatschappij overgeschreven, waarvan van der Lee bestuurder werd.

In 1853 bood hij aan de Staten van Groningen een plan aan om het Rietdiep te verbeteren; het zou volgens hem 1/10 kosten van het plan, opgemaakt door zijn hoofdingenieur, J.A. van Essen. Genoemde hoofdingenieur, die reeds 25 jaren in deze provincie werkzaam was, was te veel uit op particulier werk. Er was wellicht nog meer op zijn dienstvervulling aan te merken. Van der Lee, die ook bij den Rijnspoorweg zonder aanzien des persoons te werk gegaan was, nam de gelegenheid, dat zijn chef met verlof was en hij zijn dienst waarnam, te baat om hem bij den minister te beschuldigen. De hoofdingenieur werd eervol ontslagen en van der Lee met ingang van 1 Juli 1854 naar Deventer verplaatst.

Toen hij twee jaren later aan de beurt was voor hoofdingenieur, konden de inspecteurs Ferrand en van der Kun er wegens zijn weinig kameraadschappelijke handelwijze nog niet toe komen om hem daarvoor voor te dragen, maar werd hij toch met de dienst van hoofdingenieur in Overijsel, ter standplaats Zwolle, belast.

Op 1 januari 1858 werd hij hoofdingenieur in die provincie, en dit bleef hij tot zijn pensioen, dat inging 1 april 1874. Gedurende zijn hoofdingenieurschap werden vele belangrijke werken in Overijsel uitgevoerd, waaronder in de eerste plaats de verbetering van den waterweg van Zwolle naar zee (langs Katerveer en Kampen) en de verlenging van de Ketelleidammen, maar van der Lee was in dien tijd niet meer iemand, die leiding gaf.

Hij was lid van de commissie (toen raad van den waterstaat genoemd) tot onderzoek van het plan-Beijerinck tot droogmaking van het zuidelijk deel der Zuiderzee. In ééne zaak is van der Lee als hoofdingenieur nog zeer nuttig werkzaam geweest. Hij heeft bij brief (25 mei 1866) aan de commissarissen van het weduwenfonds der ingenieurs van den waterstaat uiteengezet, dat het gewenst en eerlijk was, dat ook voor de opzichters van den waterstaat een dergelijk fonds gevormd werd. Hiervan is het gevolg geweest de oprichting van een dergelijk fonds, aan hetwelk de helft van de legesgelden (1 per 1000 der aannemingsommen), die het ingenieurs-weduwenfonds ten goede kwamen, werd uitgekeerd, ingevolge K.B. van 25 Juli 1860.

Nicolaas Johannes van der Lee werd voor zijn inspanningen benoemd tot Ridder in de Orde van den Nederlandse Leeuw. Nicolaas Johannes van der Lee werd geboren op 18 februari 1808 in Oudewater. Hij overleed op 16 december 1878 in Zwolle. Hij huwde op 1 Aug. 1833 met N.E. van Ingen

Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW)

Tagged with:

1 thought on “Ingenieur Nicolaas Johannes van der Lee.”

  • Een interessant verhaal. Bijzonder is dat in 1999 een tabakspijp in Zwolle is opgegraven met de naam v.d Lee.
    De tabakspijp is afkomstig uit de voormalige kleine Aa in Zwolle. Voor het dempen van deze gracht is in 1858 een bestek opgesteld.

    Het is aanlokkelijk om deze tabakspijp aan deze ingenieur te koppelen.
    De tabakspijp is afgebeeld in Oostveen, J. van, 2005. Het Eiland, tabakspijpen. Archeologische Rapportage Zwolle 26. Zwolle.
    Dit rapport is te koop via http://www.halos.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *